EU-stemrecht: art. 8 van de grondwet

PERSMERDEDELING

VLAAMSE BEWEGING MAAKT ZELF GEWAARBORGDE GRONDWETSHERZIENING EU-STEMRECHT

Dinsdagnamiddag e.k. hervat de commissie grondwetsherziening van de Kamer zijn bespreking van het voorstel tot herziening van art. 8 van de grondwet, nodig om het EU-stemrecht in de eigen wetgeving in te schrijven.

Zoals bekend eist de Vlaamse Beweging dat bij deze herziening maximaal rekening wordt gehouden met de voorwaarden van het Vlaams Parlement. Het huidige voorstel van regering en FDF doet dat niet.

Daarom heeft het Aktiekomitee 'EU-stemrecht? Ja, maar...' nu zelf een voorstel uitgewerkt, waarin én EU-stemrecht wordt ingevoerd én tegemoet wordt gekomen aan de voorwaarden van het Vlaams Parlement.

De krachtlijnen van het voorstel zijn de volgende:

(1) De gemeentekieswet, als onderdeel van de organieke wetgeving, wordt gedefederaliseerd. Dit werd reeds overeengekomen in het St.-Michielsakkoord en maakt het Vlaams Parlement bevoegd voor het EU-stemrecht, zodat het zelf zijn voorwaarden decretaal kan vastleggen.

(2) In Brussel-19 wordt het EU-stemrecht slechts van kracht na akkoord tussen Vlamingen en Franstaligen over gewaarborgde basisvertegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen. Deze vertegenwoordiging moet bestaan uit minstens een derde raadszitjes, de helft schepenambten en uit échte medebeslissingsmacht.

Het voorstel laat toe dat EU-stemrecht nu grondwettelijk wordt ingeschreven én de Vlaamse voorwaarden nadien worden verankerd. Het verzekert ook dat die waarborgen er écht komen, minstens in Brussel-19.

Met de bekendmaking wil het komitee de 'Vlaamse buiklanding' van SP en CVP vooralsnog vermijden. Gehoopt wordt dat deze inhoudelijke bijdrage toch nog een aanzet kan zijn tot parlementair debat, los van electorale koehandel.

Brussel, 5 oktober 1998.

David Vits

i.o. prof. dr. M.E. Storme

voorzitter OVV

Het Aktiekomitee 'EU-stemrecht? Ja, maar...' werkt onder toezicht van het Overlegcentum Vlaamse Verenigingen (OVV), overkoepeling van een vijftigtal niet-partijpolitieke Vlaamse cultuur-, strijd- en beroepsverenigingen.

_____________________

VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE ARTIKELEN 8 EN 162 VAN DE GRONDWET

Artikel 1

Artikel 8 van de Grondwet wordt aangevuld met een derde en vierde lid en met een overgangsbepaling, luidend als volgt :

“De in artikel 128, paragraaf 2, bedoelde regel bepaalt welke de vereisten zijn waaraan men moet voldoen om het actief en passief kiesrecht bij gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen te kunnen uitoefenen. Deze regel wordt aangenomen met twee derde meerderheid, tenzij de betrokken Raad met eenzelfde meerderheid anders bepaalt.

Wat het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad betreft nemen beide betrokken Raden de in vorig lid bedoelde regel eensluidend aan, onverminderd de artikelen 138 en 162. Elke Raad kan daartoe, door aanneming wat hem betreft, een voorstel doen aan de andere Raad.

Overgangsbepaling :

In afwachting van de in derde en vierde lid bedoelde regelen blijft de Staat van Belg vereist voor de uitoefening van ook deze politieke rechten, tenzij een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bedoelde meerderheid, anders bepaalt voor wat het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad betreft.

De in vorig lid bedoelde wet voorziet in elk geval in een gewaarborgde vertegenwoordiging van een derde op raadsniveau, de helft op collegeniveau? Bovendien moet de minst talrijke taalgroep in alle organen en instellingen van de gemeenten in het betrokken gebied medebeslissingsrecht hebben.”

Artikel 2

De tekst van artikel 162 wordt vervangen door wat volgt :

“De in artikel 134 bedoelde regel bepaalt de provinciale en gemeentelijke instellingen, de voorwaarden waaronder en de wijze waarop verscheiden provincies of gemeenten zich met elkaar kunnen verstaan of zich verenigen. Deze regel wordt aangenomen met twee derde meerderheid, tenzij de betrokken Raad met eenzelfde meerderheid anders bepaalt.

Wat het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad betreft wordt de in vorig lid bedoelde regel aangenomen met een volstrekte meerderheid van de stemmen in elke taalgroep en met tweederde meerderheid van het gehele aantal stemmen, tenzij de Raad met eenzelfde meerderheid anders bepaalt.

Ter uitvoering van een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, kan de organisatie en de uitoefening van het administratief toezicht geregeld worden door de Gemeenschaps- of Gewestraden.

Overgangsbepaling :

In afwachting van de in vorig lid bedoelde regel, verzekert de wet, onverminderd artikel 8, de toepassing van volgende beginselen :

1° de rechtstreekse verkiezing van de leden van de provincieraden en de gemeenteraden

2° de bevoegdheid van de provincieraden en van de gemeenteraden voor alles wat van provinciaal en van gemeentelijke belang is, gehoudens goedkeuring van hun handelingen in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald

3° de decentralisatie van bevoegdheden naar de provinciale en gemeentelijke instellingen

4° de openbaarheid van vergaderingen der provincieraden en gemeenteraden binnen de bij wet gestelde grenzen

5° de openbaarheid van de begrotingen en van de rekeningen

6° het optreden van de toezichthoudende overheid of van de federale wetgevende macht om te beletten dat de wet wordt geschonden of het algemeen belang wordt geschaad.”

Brussel, 5 oktober 1998.

David Vits