faciliteitenverslag Columberg
VOLKSUNIE VLAAMS-BRABANT:
“SALAMONSOORDEEL COLUMBERG STELT FEDERALE STAAT IN VRAAG”
Dumeni Columberg, verslaggever van de Raad van Europa, heeft gisteren zijn verslag over Franstaligen in de Vlaamse Rand neergelegd. Dit werkstuk is het gevolg van een voorstel van resolutie van Georges Clerfayt (FDF) en komt er na een blitzbezoek ter plaatse. In zijn verslag, dat nog moet worden besproken door de raad, doet de Zwitser een aantal aanbevelingen. Alhoewel deze aanbevelingen geen enkele bindende kracht hebben, zijn ze een politiek teken aan de wand. Zo stelt de verslaggever, niet gehinderd door enige historische feitenkennis, het precair evenwicht tussen Vlamingen en Franstaligen zonder meer in vraag. De Vlaamse regering wordt gevraagd haar restrictieve interpretatie van de taalfaciliteiten stop te zetten, als onder-deel van een integratiebeleid voor een zgn. ‘Franstalige minderheid’. De Federale regering wordt uitgenodigd om het territorialiteitsbeginsel, het basisbeginsel van elke federale staat, uit de grondwet te schrappen. Daarnaast zou ze de invoering van een algemene tweetaligheid moeten overwegen, alsook de aanhechting van zes faciliteitengemeenten bij Brussel. Hij be-veelt tenslotte aan om dit alles in referenda aan de bevolking voor te leggen.
De VU-fractie van de provincie Vlaams-Brabant reageert met ongeloof. Allereerst is er geen ‘Franstalige minderheid’ in de Vlaamse Rand, maar zijn er slechts enkele individuele inwijkelingen die zich weigeren in te passen. Ten tweede past de Vlaamse regering de faciliteiten correct toe in het kader van haar open, maar zelfbewust taal- en onthaalbeleid. De Franstaligen daarentegen passen de faciliteiten niet toe in Wallonië, zoals zij zich ook niet storen aan de in de grondwet verankerde tweetaligheid van Brussel. Bovendien zijn de taalfaciliteiten steeds als overgangsmaatregel bedoeld om Franstaligen te integreren in Vlaanderen, niet om te komen tot een feitelijke, blijvende tweetaligheid. De uitdoving van de faciliteiten en verplichte taalkennis blijkt nodig om, naar het voorbeeld van ‘gastvrij Nederland’, de beoogde inburgering te bereiken. Helemaal onbetamelijk wordt het verslag wanneer het in naam van Europa en van ‘nationale en internationale parameters’ het territorialiteitsprincipe in vraag stelt.
Dit grondbeginsel van elk federalisme in vraag stellen is het voortbestaan van de federale staat België zelf in vraag stellen. De Volksunie is deze laatste idee genegen, maar dan vanuit een invalshoek tegenovergesteld aan die van de verslaggever. Als voorstander van een zelfstandig Vlaanderen, is de partij vanzelfsprekend bereid opnieuw gangmaker te zijn bij de verdere staats(her)vorming. Het verslag daarentegen beoogt een terugkeer naar het unitaire Belgique-à-papa zoals dat meer dan een halve eeuw geleden bestond. De recepten zijn bekend, maar inmiddels veel te licht bevonden: invoering van een algemene tweetaligheid en de inlijving van Vlaams-Brabantse gemeenten bij Brussel. Het eerste werd nooit aanvaard door de Franstaligen en precies daarom werd de taalgrens vastgelegd. Het tweede is dan weer onaanvaardbaar voor de Vlamingen. De ervaring uit het verleden leert immers dat deze inlijving alleen maar kan leiden tot (verdere) verfransing. Bovendien kan en mag de aanhechting van Nederlandstalige gemeenten bij Brussel geen oplossing zijn voor de ondervertegenwoordiging van de Brusselse Vlamingen. Tenslotte bleken referenda in het verleden allerminst bij te dragen tot pacificatie.
Leuven, 26 augustus 1998. Richard Peeters voorzitter VU-fractie provincieraad Vlaams-Brabant Meer info:David Vits, tel (016) 26 70 45, fax (016) 26 70 42, david.vits@vl-brabant.be



Printervriendelijke versie
top