VU&ID-Kamerfractie amendeert dotatieverhoging Filip en Astrid

VU&ID-Kamerfractie amendeert dotatieverhoging Filip en Astrid

VU&ID-kamerlid Fons Borginon legt vandaag enkele amendementen voor m.b.t. de verhoging van de dotatie van Prins Filip en de toekenning van een dotatie ten behoeve van Prinses Astrid.

Wat betreft Prins Filip wenst VU&ID vast te houden aan de dotatie zoals vastgesteld in de wet van 16 november ’93. Sinds de indexaanpassing van 1998 bedraagt deze reeds 14,6 miljoen. Er bestaat geen enkele reden om de dotatie, zoals door de regering voorgesteld, meer dan te verdubbelen ter gelegenheid van het prinselijk huwelijk. Integendeel, elke economist weet dat, door schaaleffecten, een huwelijk financiële voordelen met zich meebrengt voor beide partners. Deze voordelen worden in dit geval overigens niet tenietgedaan door de ongunstige behandeling van gehuwden in de fiscaliteit.

De Civiele Lijst dient de koning in de mogelijkheid te stellen zijn grondwettelijke taken te vervullen. De Koninklijke Prinsen en Prinsessen genieten echter een grondwettelijke, noch een wettelijke taak. Vandaar stelt zich de vraag waarom zij, überhaupt, een dotatie behoeven. Bijkomend, indien Prins Filip verondersteld wordt specifieke taken uit te voeren ten bate van de Belgische staat, in welke mate verschillen deze dan van deze van Prins Laurent, opdat eerstgenoemde een dotatie ontvangt van 31,8 miljoen, terwijl laatstgenoemde met lege handen komt te staan? Dit alles in de wetenschap dat het persoonlijk fortuin van Prins Filip vandaag reeds op meer dan 100 miljoen wordt geschat.

Daarnaast stelt Borginon ook voor om aan de wet van ’93 toe te voegen dat er aan de Kamers jaarlijks een verslag van de uitgaven dient te worden voorgelegd. Deze toevoeging strekt ertoe - vermits de dotatie aan de Prinsen en Prinsessen een uitgave betreft van de federale overheid waar geen controle, noch a priori, noch a posteriori, door het Rekenhof op gebeurt - in een minimale vorm van democratische controle te voorzien.

Ook het huwelijksgeschenk van de regering vindt in Borginons ogen geen genade. Op basis van het gelijkheidsbeginsel is het onverantwoord om één, al zij het een prinselijk, koppel een huwelijksgeschenk van 10 miljoen te schenken, terwijl andere koppels die wél behoevend zijn in de kou blijven staan. Het prinselijk koppel krijgt reeds een gratis woonst ter beschikking gesteld, daar bovenop vallen ook de verwarmingskosten en de buitenwerken ten laste van de belastingbetaler.

Tot slot stelt de VU&ID-Kamerfractie dat er geen enkele objectieve verantwoording bestaat voor het verlenen van een dotatie van 11 miljoen aan Prinses Astrid. Er hebben zich immers geen wijzigingen in haar situatie voorgedaan. Indien men de mening is toegedaan dat de Prinses moet worden vergoed voor het voorzitterschap van het Rode Kruis, dan dient deze vergoeding vanzelfsprekend te worden uitgekeerd door het Rode Kruis zélf. Immers, naar analogie van de redenering dat de Civiele Lijst op generlei wijze mag worden beschouwd als een loon, kan dit onmogelijk het geval zijn voor de dotaties aan de Prinsen en Prinsessen.

Op basis van bovenstaande redenering zal de VU&ID-Kamerfractie, indien haar amendementen niet worden goedgekeurd, tegen het voorgelegde wetsontwerp stemmen.

Fons Borginon

VU&ID-Kamerlid