• Organisatie:CD&V Persberichten
  • Verzonden op:02-12-2008
  • Verzonden door:
  • Aantal keren gelezen: 321

Actieplan fijn stof en NO2 in de Antwerpse haven en de stad Antwerpen

Door de grote dichtheid van industrie, verstedelijking en een dens wegennetwerk wordt Antwerpen gekenmerkt door verhoogde concentraties van luchtverontreinigende stoffen. De luchtkwaliteit in deze hotspot verbetert geleidelijk aan. De Europese normen worden nog niet gehaald. Daarom stelde minister Hilde Crevits vandaag het actieplan fijn stof en NO2 Antwerpen voor, dat samen met de haven en de stad Antwerpen werd opgesteld. Dit plan bevat concrete maatregelen voor de industrie, het wegverkeer, de scheepvaart en de huishoudens. Dit is het laatste hotspotplan van Vlaanderen. Er werden al gelijkaardige plannen opgemaakt voor de Gentse Kanaalzone, Roeselare, Oostrozebeke, en Ruisbroek.Vlaams minister Hilde Crevits: “Een goede luchtkwaliteit staat hoog op de agenda bij zowel het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en de stad Antwerpen als bij mezelf. Uit deze samenwerking is het voorliggende actieplan gegroeid met concrete maatregelen naar de industrie, het wegverkeer, de scheepvaart en de huishoudens. Door gerichte acties kunnen we het aantal overschrijdingen verminderen en de Europese norm halen.”1. Huidige concentratie van PM10 en NO2 in VlaanderenIn Vlaanderen staat er meer dan 30 vaste meetposten, waarvan een 10-tal in Antwerpse haven en agglomeratie. Daarnaast zijn er nog verplaatsbare meetposten die ingezet worden in functie van probleemanalyses. Voor met meten van stikstofoxiden (NOx) zijn er meer dan 40 meetposten, waarvan een 14-tal in Antwerpse haven en agglomeratie. Voor het ultrafijn stof PM2,5 zijn er een 12-tal meetposten. Het meetnet wordt uitgebreid en aangepast conform nieuwe richtlijn luchtkwaliteitOp basis van deze metingen wordt voor PM10 de jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m³ in Vlaanderen niet overschreden. De PM10 daggrenswaarde van 50 µg/m³ wordt echter wel meer dan 35 maal overschreden in de zogenaamde hotspotzones ‘Haven en stad Antwerpen’, ‘Gentse kanaalzone’, ‘Oostrozebeke’, ‘Roeselare’ en ‘Ruisbroek’. Voor al deze hotspotzones - uitgezonderd ‘Haven en Stad Antwerpen’ - werd in mei 2007 een actieplan voorgesteld. Dit actieplan “hotspots” concentreert zich enkel op fijn stof omdat de problematiek van NO2 niet aan de orde is. Overschrijdingen van de NO2 jaargrenswaarde van 40 µg/m³ worden immers enkel vastgesteld ter hoogte van de Haven en stad Antwerpen.Het voorliggende actieplan ‘Fijn stof en NO2 in de Antwerpse haven en de stad Antwerpen’ concentreert zich daarom zowel op PM10 als NO2 en het is een verdere uitwerking van het Vlaamse stofplan, dat goedgekeurd werd eind 2005.2. Bronnen en hun bijdrage aan de concentratieUit onderzoek is gebleken dat fijn stof in de haven, net zoals in de andere hotspotzones, voor een belangrijk deel afkomstig is van het buitenland, de andere gewesten en de achtergrond van Vlaanderen. Voor de drie onderzochte meetpunten (Luchtbal, Linkeroever en Boudewijnsluis) neemt de plaatselijke bijdrage tussen de 21% en 25% voor haar rekening. In het meetpunt Antwerpen Linkeroever worden, in vergelijking met de twee andere meetpunten, relatief lage waarden vastgesteld.De plaatselijke bijdrage is voor de drie meetpunten voor een belangrijk deel afkomstig van diffuse bronnen (bijdrage variërend tussen 10% en 13%). Het gaat meer bepaald over emissies van op- en overslagbedrijven, die ontstaan bij het laden en lossen ter hoogte van de kaaien. Hoewel de emissies van de verschillende dokken in dezelfde grootteordes liggen, is hun invloed op de meetpunten sterk verschillend. Het is afhankelijk van de ligging van de dokken ten opzichte van de meetpunten.De schoorstenen van industriële activiteiten (zoals de petroleumraffinaderijen) hebben een veel kleinere invloed (bijdrage variërend tussen 1% en 5%), door de grote hoogte van de schouwen en omdat deze bronnen in het verleden reeds in belangrijke mate gereduceerd zijn.Op de drie meetpunten is ook een belangrijke bijdrage gemodelleerd van “verwarming en ander transport” (bijdrage variërend tussen 5% en 10%). Het betreft voornamelijk gebouwenverwarming van de huishoudens. Van deze huishoudelijke verwarming blijkt de verbranding van hout in kachels de belangrijkste bron van fijn stof te zijn. De stofemissie van deze brandstof is dermate hoog, dat een beperkt gebruik een grote invloed heeft. Hoewel houtverbranding (als hoofdverwarming) slechts instaat voor 4,9% van het energieverbruik, is ze verantwoordelijk voor 76,5% van de huishoudelijke stofemissies.Ook scheepvaart heeft een invloed op de concentraties in de Haven van Antwerpen (bijdrage variërend tussen 1% en 6%), waarbij voornamelijk het meetpunt Boudewijnsluis een duidelijke impact ondervindt door de nabije scheepstrafiek. De impact van scheepvaart is vermoedelijk belangrijk langs alle kaaien en sluizen.De invloed van wegverkeer is duidelijk merkbaar op het meetpunt Luchtbal, door de nabije ligging van de Antwerpse ring (400 m) (bijdrage gaande tot 6%). Ook het meetpunt Zwijndrecht wordt in belangrijke mate beïnvloed door het wegverkeer. De andere meetpunten ondervinden een kleinere invloed.PM10 in stad AntwerpenDe belangrijkste lokale bronnen van PM10 in de stedelijke omgeving zijn in eerste instantie verkeer en in mindere mate de huishoudelijke verwarming.Het verkeer op straatniveau draagt voor een relatief beperkt deel bij aan de op straatniveau gemeten PM10-concentratie. Het grootste deel wordt bepaald door de achtergrondconcentratie. Het verkeer draagt echter voor een aanzienlijk deel bij aan de stedelijke en globale (Vlaamse en grensoverschrijdende) achtergrondconcentratie. Ook ‘verwarming’ beïnvloedt de lokale luchtkwaliteit. Hierbij blijkt houtverbranding de belangrijkste bron van fijn stof te zijn.Langs binnenstedelijke wegen treden wel sneller knelpunten op dan langs grote open verkeersassen. De reden hiervoor is de beperkte verspreiding van luchtvervuiling in binnenstedelijke wegen waardoor met veel minder voertuigen (in vergelijking met een grote verkeersas in een open veld) een knelpunt kan optreden.3. ActiesOm de luchtkwaliteit in de Antwerpse agglomeratie te verbeteren werken het Vlaamse Gewest, het Antwerpse stadsbestuur en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen in de toekomst nauwer samen. Ook andere overheden zoals de gemeente Beveren kunnen daarbij worden betrokken.De eerste stap in deze samenwerking is de totstandkoming van het gezamenlijk actieplan. In dit actieplan zijn acties opgenomen die elk van de betrokken besturen zal nemen naar de sectoren: industrie, verkeer en huishoudelijke en tertiaire stookinstallaties. Daarnaast zijn nog een aantal flankerende maatregelen, zoals bijkomend onderzoek, van belang.IndustrieVoor de industrie zijn zowel diffuse emissies (voornamelijk van op- en overslagactiviteiten, vaak op relatief lage hoogte) als geleide emissies (van productie- en stookinstallaties, meestal via schoorstenen op grotere hoogte) van belang.Naast de acties van het Vlaamse Gewest heeft genomen in uitvoering van het Algemeen Fijn Stofactieplan Vlaanderen en de Actieplannen voor de eerste 4 Hotspots in 2007 heeft de Vlaamse Overheid nu specifieke maatregelen voorgesteld voor Antwerpen.Voor de bedrijven in de Antwerpse regio voorziet de Vlaamse Overheid de volgende acties:Een systematische controle bij prioritaire bedrijven door de Milieu-inspectie naar implementatie van Vlarem-, vergunnings- en BBT-maatregelen ter beperking van stofemissies en de reeds opgelegde en nog op te leggen stofmaatregelen. Indien uit inspecties blijkt dat onvoldoende stofmaatregelen zijn doorgevoerd zullen voorstellen worden geformuleerd tot wijzigingen in en aanvullingen op de milieuvergunning.Bij de beoordeling van de milieuvergunningsdossiers en de evaluatie van de lopende vergunningen worden emissies maximaal beperkt door het voorstellen van bijkomende voorwaarden op basis van BBT. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijke impact van de emissies van het bedrijf op de luchtkwaliteit en met de resultaten van de inspecties.Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen heeft aan het VITO opdracht gegeven tot uitvoering van een BBT-studie rond op- en overslagactiviteiten en zal aansluitend een overzicht maken van de maatregelen ter beperking van diffuse emissies ter hoogte van voor- én achterkaaien met kortstondige opslag. Volgende stap is dan toetsing aan de BBT en overleg hierover met de vergunningverlenende instanties. Hierna wordt de gemeentelijke havenpolitieverordening en van de richtsnoeren voor het toezicht door de havenkapitein aangepast. Uitgaande van vermelde BBT-studie en de erop gebaseerde havenregelgeving gebeurt handhaving op de voorkaaien immers door de havenkapiteindiensten. Naast veiligheid zal dan meer aandacht worden gegeven aan handhaving m.b.t. luchtemissies (gebruik van BBT).De stad Antwerpen zal, in het kader van vergunningverlening, meer aandacht besteden aan de opname van bijzondere voorwaarden voor klasse 2 en 3 bedrijven ter reductie van diffuse stofemissies en zal ook verscherpt toezien op de toepassing van BBT bij klasse 2 en 3 op- en overslagbedrijven in de haven van Antwerpen.MobiliteitWegverkeer en scheepvaart zijn de belangrijkste bronnen van emissies. De emissies van verkeer zijn sterk afhankelijk van de verkeersintensiteit per modus. Zowel een duurzaam mobiliteitsbeleid dat zich op heel Vlaanderen richt als een duurzame modale verdeling van het havengebonden verkeer dienen nagestreefd te worden.Het globale kader voor het Vlaams mobiliteitsbeleid is terug te vinden in het Mobiliteitsplan Vlaanderen. Voor de agglomeratie Antwerpen bevat het Masterplan Antwerpen het overzicht van geplande infrastructuurwerken. Bij uitwerking en uitvoering van plannen en projecten met een invloed op de mobiliteit in de regio Antwerpen rekening houden met de effecten van het verkeer op de luchtkwaliteit en indien nodig mitigerende maatregelen uitvoeren.Specifiek voor het havengebied bevat het tussentijds strategisch plan van de Haven van Antwerpen een toekomstbeeld van hoe de haven in de toekomst kan ontwikkelen en hoe ze zich kan inpassen in haar omgeving. Dit plan stelt een duurzame modale verdeling voorop: BinnenvaartSpoorWegGeheel van de haven45%20%35%Containervervoer40%20%40% Het bereiken van deze modale verdeling vereist een aantal (infrastructuur)maatregelen. De voorlopige resultaten van het onderzoek geven aan dat er geen bijkomende knelpunten inzake luchtkwaliteit te verwachten zijn. Het bereiken van de vooropgestelde modale verdeling en de hieraan gekoppelde (infrastructuur)maatregelen vormen echter een absolute voorwaarde voor het behalen van de luchtkwaliteitsnormen in het gebied.Onderzoek uit 2006 in opdracht van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen bracht de oorsprong-bestemming in kaart van het vrachtwagenverkeer rond Antwerpen en aan de in- en uitgangen van de haven. Hieruit bleek dat 18% van het verkeer op de hoofdwegen richting Antwerpen bestaat uit zwaar vrachtverkeer waarvan 23% de haven als bestemming heeft. De Vlaamse Overheid neemt een aantal acties specifiek gericht naar goederenvervoer.De stad Antwerpen zal de actuele luchtkwaliteit in kaart brengen en de impact van het huidige mobiliteitsplan en enkele bijkomende scenario’s evalueren door middel van een luchtkwaliteitskaart. Dit resulteert in een milieutoets op het mobiliteitsplan waarin de beschikbare gegevens over luchtkwaliteit en geluid worden verrekend. Op basis daarvan wordt een luchtkwaliteitsplan van de Stad Antwerpen opgemaakt.Bijzondere aandachtspunten daarbij zijn:Het realiseren van een actieve stimulans voor het openbaar vervoer door het voorzien van voldoende park & ride zones.Het ondersteunen van plannen voor een meer autoluwe binnenstad.Een consequente toepassing van het STOP-principe in het kader van het stedelijk mobiliteitsbeleid. Het STOP-principe geeft een rangorde van wenselijke mobiliteitsvormen aan: 1. Stappers (voetgangers), 2. Trappers (fietsers), 3. Openbaar (en collectief) Vervoer en 4. Personenwagen.Het stimuleren van een milieuvriendelijker woonwerkverkeer door sensibilisatie en uitbouw van de nodige infrastructuur.Onderzoek naar aanvullende mitigerende maatregelen die zowel de luchtkwaliteit bevorderen als een effect hebben op geluid.Onderzoek naar het optimaal benutten van de luchtzuiverende effecten van groenzones en bomen op de concentraties fijn stof en vervolgens uitbreiding van de groenzones / het aantal bomen in de stedelijke omgeving.De verdere uitbouw van het openbaar vervoer past hierbij, zoals het Pegasusplan. In februari 2005 keurde de Antwerpse gemeenteraad het Mobiliteitsplan van de stad Antwerpen goed. Dit plan bevat een reeks concrete projecten en maatregelen die de leefbaarheid en vlot verkeer zullen verzekeren voor voetgangers, fietsers, gebruikers van openbaar vervoer en automobilisten.Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen zal de Modal Split doelstellingen integreren in het Concessiebeleid. Dat kan worden nagestreefd door verbintenissen aan te gaan met concessionarissen om minimum vastgelegde percentages van de trafiek via spoor en/of binnenvaart aan/af te voeren. Dat vergt evenwel voorafgaand onderzoek, in samenspraak met de private havenoperatoren.WegverkeerNaast de evolutie van de mobiliteit spelen de ook de samenstelling van het voertuigenpark en de doorstroming een rol in de bijdrage van het wegverkeer aan de fijn stof concentratie.De Vlaamse Overheid heeft rond dit thema een aantal generieke maatregelen opgenomen in het Saneringsplan Fijn Stof van december 2005. Deze komen uiteraard ook de luchtkwaliteit in de Antwerpse Regio ten goede. Specifieke Vlaamse acties (naast de Europese normen) zijn onder meer:ecologiepremies voor de installatie van roetfilters voor vrachtwagens met Euro I, II of III motor en de aankoop van Euro V-vrachtwagens;een snelheidsbeperking tot 90 km/u voor alle verkeer op welbepaalde Vlaamse autosnelwegstroken bij een SMOG-alarm (minstens twee opeenvolgende dagen met een concentratie van 70 µg/m³ of meer voorspeld);subsidies voor steden en gemeenten voor de aankoop van milieuvriendelijke voertuigen;financiële ondersteuning voor steden en gemeenten bij het in kaart brengen van knelpunten met CAR of een gelijkwaardig model, het opstellen van een actieplan en de uitvoering van maatregelen. Het model CAR-Vlaanderen wordt gratis ter beschikking gesteld aan lokale besturen om een eerste screening uit te voeren van de luchtkwaliteit in straten.sensibiliseringscampagne om consumenten te stimuleren om bij de keuze van een (nieuwe) wagen rekening te houden met de ecoscore van de wagen. www.ecoscore.behervorming van de verkeersbelastingen op basis van milieukarakteristieken van het voertuig.Specifiek voor de agglomeratie Antwerpen wordt het project dynamische verkeersignalisatie uitgevoerd om het verkeer vlotter te laten verlopen. Hierbij wordt gezocht naar een win-win situatie om de verkeersdoorstroming en luchtkwaliteit te optimaliseren. Het dynamisch verkeersbeheer wordt ingezet om de concentraties aan NO2 en PM10 te verminderen langs de Antwerpse Ring.Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen zal de eigen activiteiten auditen en maatregelen treffen, bv. leasing / aankoop van milieuvriendelijkere voertuigen, leasing / aankoop van dienstfietsen voor korte afstandsverplaatsingen tijdens de werkuren. Dit is niet enkel met het oog op de eigen reductie, maar het is ook voorbeeld naar het bedrijfsleven toe. Binnen dit kader past ook de opmaak van een bedrijfsvervoersplan, waarin de duurzame transportmodi bovenaan staan.Acties in onderzoek bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen zijn:Verkenning van de mogelijkheid om het gebruik van voertuigen, die niet aan bepaalde standaarden voldoen, te ontmoedigen of te bannen uit het havengebied (environmental zoning).Stimulering van een meer efficiënte logistieke planning voor vrachtverkeer (minder leegrijden) door vervoersmaatschappijen ertoe te bewegen zo veel mogelijk goederenstromen te bundelen voor spoor, binnenvaart en wegverkeer.De stad Antwerpen richt zich op de uitbouw van een milieuvriendelijk wagenpark, met aanwending van de ecoscore, het invoeren van autovrije dagen en de promotie van autodelen.ScheepvaartVoor schepen worden er zowel op Europees, CCR (Centrale Commissie voor de Rijnvaart) en internationaal (IMO: Internationale Maritieme Organisatie) niveau maatregelen genomen. Daarnaast neemt Vlaanderen ook zelf actie om het gebruik van emissiearme motoren te stimuleren. Maatregelen die SO2- en NOx-emissies reduceren hebben ook een impact op de vorming van secundair stof.Bij de Vlaamse Overheid is het Vlaams Impulsprogramma emissiearme binnenvaart sinds 2007 van kracht. In 2007 werd 350.000 euro subsidie toegekend. Voor 2008 werd het bedrag opgetrokken tot 600.000 euro. Continuïteit van dit impulsprogramma wordt verzekerd.Bijkomende actiepunten zijn:de promotie van milieuvriendelijke walstroom: specifiek onderzoek naar de mogelijkheid om walstroomvoorzieningen op te nemen in de definities van het Vlaamse havendecreet;het nagaan van de mogelijkheden voor een versterkte controle van het zwavelgehalte van brandstof gebruikt door zeeschepen in de haven (max. 1,5% toegelaten) en langs de kade (max. 0,1% toegelaten) en brandstof geleverd door bunkermaatschappijen;het vervullen van voorbeeldfunctie door het gebruik van laagzwavelige brandstof door schepen in eigendom van Vlaamse overheid. Reeds 20 à 25% van de schepen in eigendom van DAB Vloot varen op laagzwavelige brandstof. Er zal budgettair bekeken worden of dit kan uitgebreid worden naar meerdere/alle schepen van de Vlaamse overheid.Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen beschikt over instrumenten als haventarifiëring om financiële stimulansen te geven in kader van milieuvriendelijk gedrag. Zo is er de mogelijkheid tot een differentiatie van de haventarieven voor die schepen die maatregelen hebben genomen om de emissies te beperken.Het Havenbedrijf verkent samen met andere havens de mogelijkheden om tot een gezamenlijk instrument te komen voor de beoordeling van de milieuperformantie van zeeschepen op een uniforme, havenoverschrijdende wijze. (environmental indexing). Aansluitend zal het Havenbedrijf in 2009 onderzoeken hoe de environmental indexing verder kan worden geconcretiseerd en dit in overleg met stakeholders die eveneens onderzoek verrichten rond andere indices, zoals bijvoorbeeld de CO2-index.Gelet op de stijgende vraag naar walstoom heeft het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen reeds op 15 januari 2008 de beslissing genomen om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden met betrekking tot een directe financiële ondersteuning door het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen aan een private investering, enerzijds, en het optreden van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen als infrastructuurbeheerder die instaat voor de bouw van walstroomvoorzieningen in het havengebied, anderzijds. Aansluitend zal de Vlaamse overheid in kaart brengen hoe deze maatregel vanuit haar bevoegdheid kan gestimuleerd worden.Net zoals ecodriving kan ook men ook energiezuinig varen door een aangepaste snelheid en door het beter inschatten van de verkeerssituaties enerzijds en beter onderhoud anderzijds. De voordelen van slim vaargedrag en beter onderhoud zullen extra gepromoot worden. Als mogelijk model voor deze actie staat het Nederlands programma ‘Voortvarend besparen”.Het Havenbedrijf zal verder ook sensibiliseren rond het verhogen van de operationele efficiëntie door de tijd die de schepen in de haven doorbrengen te reduceren (door efficiënter laden en lossen, manoeuvreren, …) en door een verhoogde benutting van de capaciteit van de schepen.Andere bronnenOok de huishoudelijke sector blijkt een belangrijke impact te hebben op de meetpunten. Na analyse blijkt vooral houtstook van belang te zijn in kader van de stofproblematiek. De Vlaamse Overheid voert daarom sensibilisering naar het correct gebruik van kachels via het verspreiden van een folder en stimuleert via de samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 de steden en gemeenten tot het lokaal verspreiden van de folder.De stad Antwerpen van haar kant voorziet premies voor het toepassen van energiezuinige investeringen en zorgt voor het aanwenden van duurzame energiebronnen in stadsgebouwen. De stad onderzoekt verder ook hoe ze kan inspelen op de gewestelijke initiatieven, rekening houdend met de specifieke situatie in Antwerpen.Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen zal ook bij de spooroperatoren en de spoorinfrastructuurbeheerder pleiten voor diverse maatregelen die de emissies nog kunnen verminderen zoals retrofit van dieselmotoren en het zo veel als mogelijk stilleggen van motoren bij inactiviteit.Flankerend beleidBijkomende actiepunten van de Vlaamse overheid zijn:PM-monitoring in de Antwerpse haven: De gemeente Beveren, de VMM en het GHA zijn overeengekomen om PM beter in kaart te brengen in het havengebied. Daartoe worden 6 extra PM-monitoren ingezet in en in de nabijheid van het havengebied. Hiervan zijn er zeer recent 4 opgestart. Jaarlijks zal een rapport worden opgesteld dat de meetresultaten van het Antwerpse havengebied bespreekt.Stedelijke metingen PM en NO2: Er wordt onderzocht of er bijkomende PM en NO2 metingen kunnen opgestart worden in Antwerpen. Een aanvraag werd verstuurd om een verkeersgericht meetstation op te starten aan de Plantin en Moretuslei, een verkeersgericht meetstation op de Leien (aanvraag verstuurd aan en wordt onderzocht door BAM), een stedelijk achtergrondstation in het park Noord. Het meetstation van Schoten zal voorzien worden van PM2,5 metingen. Op enkele plaatsen zullen bijkomende NO2 metingen uitgevoerd worden met gebruik van passieve samplers.Opstart kennispunt haven & luchtkwaliteit: zoals het Kenniscentrum lucht voor het Rotterdamse Havengebied in samenwerking met alle betrokken partnersHet actieplan is in zijn volledige vorm te consulteren op http://www.lne.be/themas/luchtverontreiniging

Reacties

Reageer op deze persmededeling
Fijn Stof
Philippe Deleu op 03-12-08 :
De CD&V mededeling probeert wetenschappelijk-heid uit te stralen; om talloze redenen is mijn perceptie net omgekeerd. Wie durft in godsnaam (bij deze partij mag die uitdrukking toch, of?) zo'n belabberde tekst te publiceren; Geen wonder dat er geen na [...]
Met 1 boom kunnen we 10.000 kilometers zuiveren!
Vanessa Debruyne op 11-12-08 :
Met 1 boom kunnen we 10.000 kilometers zuiveren! Het gaat met het fijn stof in ons land van kwaad naar erger. Een uitzending op Panorama drukte ons nog maar eens met onze neus op de feiten: gemiddeld levert elke Belg dertien maanden van zijn leven in door [...]