Leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs blijft een zorgenkind
Leerlingen in het buitengewoon onderwijs (BO) hebben recht op kosteloos collectief leerlingenvervoer naar de dichtstbijzijnde school. Hun ouders trekken echter aan de alarmbel: een aantal zaken kunnen beter geregeld. Eind april 2007 werd al een knelpuntnota besproken. Nu, een jaar later, blijken er nog altijd logistieke problemen. Reden voor de CD&V-Vlaams volksvertegenwoordigers Kathleen Helsen en Jos De Meyer om minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt te ondervragen.
Eerst werden de leerlingen die school lopen in het buitengewoon basisonderwijs in kaart gebracht. Momenteel, tussen april 2008 en juni 2009, wordt Vlaanderen in acht zones opgedeeld en worden per regio de leerlingen van type 1, 2 en 8 geclusterd. Dezelfde oefening wordt in het schooljaar 2009-2010 voor het BSO uitgevoerd, aldus de minister.
In elk geval zullen vanaf 1 september volgend jaar al 80 bijkomende ritten worden geprogrammeerd. Zo kunnen té lange rittijden worden ingekort. Ook vanaf volgend schooljaar zullen ouders via een website kunnen nakijken voor welke school hun zoon of dochter recht heeft op gratis leerlingenvervoer. Tevens beloofde minister Van Brempt om leerlingen uit het gewoon onderwijs die gebruik maken van het collectief vervoer aan een tarief gelijk aan dat van de Buzzy Pazz ook recht te geven op een volwaardige Buzzy Pazz.
Problemen met de kwaliteit van de voertuigen of bijvoorbeeld het synchroniseren van de looptijd van de pachtcontracten met de loop van het schooljaar blijven echter onopgelost moest Van Brempt toegeven.



Printervriendelijke versie
top