Bewijs is geleverd na uitspraak Mariusz O: Jeugdrecht-Onkelinx is volkomen onaangepast
De zeer pijnlijke en kwetsende beslissing in de zaak ‘Mariusz O.’, de mede-moordenaar van Joe Van Holsbeeck, toont ten overvloede aan dat het nieuwe jeugdbeschermingsrecht, zoals dat onder Onkelinx gewijzigd werd, volkomen onaangepast is aan onze samenleving.
De breuk tussen het strafrecht voor volwassenen en dat voor minderjarigen kan onmogelijk op een meer schrijnende manier worden aangetoond dan in deze dramatische zaak: de ene dader wacht een duidelijke, concrete gevangenisstraf, de andere een zeer tijdelijk verblijf in een jeugdinstelling met ruime faciliteiten en veelvuldig verlof.
In tegenstelling met onze buurlanden is het jeugdrecht er bij ons immers uitsluitend op gericht om jonge daders te beschermen. Van echt sanctioneren, met een duidelijke, in de tijd vastgelegde opsluiting, is geen sprake. Hierdoor is er geen ruimte voor een vergelding voor de zware feiten. De verdediging van betrokkene formuleerde het in haar triomf zeer correct: “De jeugdrechter mag zich niet laten leiden door de ernst van de feiten. Hij moet zijn beslissing enkel baseren op het schuldbesef van de jongere.”
Justitie geeft hiermee een dramatisch signaal: het is niet van belang hoe zwaar de misdrijven zijn die je als minderjarige pleegt, wel dat je nadien, als je gepakt wordt, berouw toont. Zo’n visie is totaal wereldvreemd en kan in de toekomst alleen maar leiden tot nog grotere driestheid bij minderjarige criminelen. Vanzelfsprekend zorgt dit telkens opnieuw voor razende reacties bij de slachtoffers en de nabestaanden, die alle geloof in Justitie opgeven.
Het Vlaams Belang heeft tijdens de bespreking van de wet-Onkelinx in 2005 en 2006 duidelijk gewaarschuwd voor de gevolgen van deze ultra-lakse wet. De nieuwe wet komt er zelfs op neer dat het moeilijker is geworden om minderjarigen op te sluiten dan vroeger. Meteen na de moord op Joe Van Holsbeeck werden enkele minimale aanpassingen doorgevoerd aan het ontwerp-Onkelinx i.v.m. de uithandengeving, waardoor de jeugdrechters zelf bevoegd kunnen blijven in plaats van de correctionele rechters. CD&V keurde de lakse wet in mei 2006 mee goed en riep toen wild enthousiast uit dat er onder haar druk een “Jeugdsanctierecht” was tot stand gekomen. Maar dit was geheel bezijden de waarheid. Bovendien werd de procedure tot uithandengeving, op eis van de Sp.a, ernstig verzwaard. Vandaag zien we de gevolgen.
Het Vlaams Belang stond vorig jaar helemaal alleen met zijn verzet, dat overigens werd doodgezwegen. Maar vandaag krijgen we plots gelijk en stellen de media dat de wet moet worden aangepast. Het voelt bijzonder bitter aan om in deze omstandigheden gelijk te krijgen.
Bart Laeremans Volksvertegenwoordiger



Printervriendelijke versie
top