• Organisatie:VLAAMS BLOK BRUSSELSE FRACTIE
  • Verzonden op:14-10-1999
  • Verzonden door:Peter Lemmens 02/549.66.31
  • Aantal keren gelezen:

Oproep tot de Brussels-Vlaamse partijen voor kartelvorming

Persconferentie van het Vlaams Blok met een oproep tot algehele Vlaamse kartelvorming te Brussel voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2000

I. De actuele politieke situatie van de Nederlandstalige Brusselaars

Omwille van het verfransingsproces en het zwakke demografische aandeel van de Nederlandstalige Brusselaars, is het aandeel en de machtsparticipatie van deze laatsten in de Brusselse gemeenteraden de laatste tientallen jaren in de meeste gemeenten steeds bijzonder zwak geweest. Hiervoor zij verwezen naar de volgende tabel:

Procentueel aandeel van de Nederlandstaligen in de gemeenteraadszetels van 1970 tot 1994

Gemeente 1970 1976 1982 1988 1994

Anderlecht 24.3 21.3 22.2 20.0 23.3

Brussel 9.8 14.3 14.9 17.0 12.8

Elsene 0.0 2.3 0.0 0.0 0.0

Etterbeek 10.3 5.4 5.7 8.6 3.0

Evere 21.1 24.1 19.4 16.1 17.2

Ganshoren 23.4 29.6 33.3 37.0 44.4

Jette 32.1 25.7 20.0 20.0 9.1

Koekelberg 17.6 20.0 16.0 16.0 16.0

Oudergem 13.0 6.5 6.5 6.5 3.4

Schaarbeek 2.6 10.6 6.4 10.6 6.4

Sint-Agatha-Berchem 35.3 36.0 32.0 32.0 32.0

Sint-Gillis 0.0 0.0 0.0 0.0 0.0

Sint-Jans-Molenbeek 12.9 15.4 7.3 10.3 12.8

Sint-Joost-ten-Node 10.5 7.4 3.7 11.1 3.7

Sint-Lambrechts-Woluwe 7.4 8.6 8.6 5.7 8.6

Sint-Pieters-Woluwe 20.0 11.4 8.6 14.3 12.1

Ukkel 3.0 4.9 0.0 2.4 4.9

Vorst 3.4 5.4 0.0 2.7 5.7

Watermaal-Bosvoorde 0.0 6.9 3.7 3.7 3.7

Totaal 12.3 12.7 10.4 11.4 10.9

Uit het globale beeld van de Nederlandstalige vertegenwoordiging bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1994 blijkt dat van de 651 gemeenteraadsleden die in de 19 Brusselse gemeenten werden verkozen, er slechts 70 Brusselse Vlamingen waren, wat 10,75 % vertegenwoordigt. Splitsen we deze gegevens op per gemeente, dan blijkt dat in 2 van de 19 gemeenten kan gesteld worden dat er nog een min of meer bevredigende Vlaamse politieke aanwezigheid is (+30%) om mee op het besluitvormingsproces te kunnen wegen. Het betreft Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem. Anderlecht is een randgeval. In vijf gemeenten beschouwen we de Nederlandstalige aanwezigheid als onvoldoende (tussen 10 tot 20%). In 11 gemeenten tenslotte is de Nederlandstalige aanwezigheid absoluut onvoldoende (-10%). In twee gemeenten is ze zelfs volkomen onbestaande.

Daar dient echter te worden aan toegevoegd dat deze op zichzelf reeds bijzonder magere resultaten een volkomen vertekend beeld weergeven van de werkelijke electorale draagkracht van de Nederlandstalige Brusselse gemeenschap op gemeentelijk vlak. Buiten het Vlaams Blok is namelijk vrijwel geen enkele Nederlandstalige partij in Brussel nog in staat om volledig op eigen kracht gemeenteraadszetels te behalen. De andere Nederlandstalige partijen dienen zich te verenigen in kartellijsten met verschillende ideologische strekkingen, of dienen hun kandidaten te laten opnemen op tweetalige of zelfs zuiver Franstalige lijsten met hun Franstalige zusterpartijen om nog een of hooguit enkele verkozenen te behalen. De verhoudingen tussen deze vier mogelijkheden lagen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen als volgt: 4 van de 74 Nederlandstalige verkozenen (d.i. 5,4%) werden verkozen op een Nederlandstalige lijst van hun partij alleen (de vier Vlaams Blok’ers); 13 of 17,6% werd op een zuiver Nederlandstalige kartellijst verkozen; 44 of 59,4% dankt zijn verkiezing aan tweetalige lijsten; 13 Nederlandstalige verkozenen of 17,6% stonden op zuiver Franstalige lijsten.

Het spreekt vanzelf dat de verkozenen in de twee laatste gevallen volkomen afhankelijk zijn van de goede wil van de Franstalige partijen om hen als Nederlandstalige kandidaten op te nemen op verkiesbare plaatsen. Dit fenomeen brengt dan ook automatisch met zich mee dat deze Nederlandstalige verkozenen schatplichtig zijn aan deze Franstalige traditionele partijen of lijsten, en bijgevolg niet snel geneigd zullen zijn om onafhankelijke Vlaamse standpunten in te nemen. Hun eventuele herverkiezing hangt immers volledig af van deze Franstalige traditionele partijen of lijsten. Alhoewel het hier dus gaat om Nederlandstalige verkozenen, mag zonder meer worden gesteld dat een consequente Vlaamse opstelling en profilering van deze verkozenen per definitie uitgesloten is.

In een aantal Brusselse gemeenten zijn we reeds zover aanbeland dat geen enkele Nederlandstalige partij nog op eigen kracht, of zelfs met vereende krachten, gemeenteraadsleden verkozen kan krijgen, en er evenmin plaatsen voor Nederlandstaligen op Franstalige lijsten konden worden bedongen, zodat er geen enkele Nederlandstalige verkozene is. Dat was in 1994 het geval in Elsene en Sint-Gillis. (Inmiddels kon wel door het systeem van opvolging ook in Elsene een Nederlandstalige zijn intrede in de gemeenteraad doen.)

Deze afhankelijkheid van de Nederlandstaligen voor de verkiezing van hun kandidaten van Franstalige lijsten en de zeer instabiele situatie van de partijsystemen in de Brusselse gemeenten, zijn overigens mee verantwoordelijk voor het grillige verloop dat valt vast te stellen in de Nederlandstalige vertegenwoordiging in de verschillende gemeenteraden. Zo kan van 1970 tot 1994 grosso modo worden vastgesteld dat de Nederlandstalige vertegenwoordiging in één gemeente er constant op vooruit is gegaan, dat er in 6 gemeenten een status qou valt vast te stellen, dat in 7 gemeenten de Nederlandstalige vertegenwoordiging een zeer grillig verloop op en neer kent, en dat in 5 gemeenten de Nederlandstalige vertegenwoordiging er voortdurend op achteruit is gegaan. Een coherent beeld van de evolutie in de 19 gemeenten valt er dus niet te geven. Wel kan worden besloten dat globaal genomen de achteruitgang primeert, en dat er in de meeste gevallen door het in verspreide slagorde optreden van de Brussels-Vlaamse partijen een zeer grote afhankelijkheid bestaat van tweetalige of Franstalige lijsten om een Nederlandstalige vertegenwoordiging te verzekeren.

Belangrijker dan de vertegenwoordiging in de gemeenteraden, is echter de effectieve machtsparticipatie van de Nederlandstaligen in de Colleges van Burgemeester en Schepenen. Voor wat dit aspect betreft, ziet de situatie er nog bedroevender uit, zoals onderstaande tabel aantoont.

Procentueel aandeel van de Vlamingen in de Colleges van Burgemeester en Schepenen in 1988 en 1994

Gemeente 1988 1994

Anderlecht 20 10

Brussel 18,2 10

Elsene 0 0

Etterbeek 11,1 10

Evere 14,3 14,3

Ganshoren 42,9 42,9

Jette 11,1 11,1

Koekelberg 33,3 14,3

Oudergem 0 0

Schaarbeek 22,2 9,1

Sint-Agatha-Berchem 50 33,3

Sint-Gillis 0 0

Sint-Jans-Molenbeek 10 10

Sint-Joost-ten-Node 12,5 12,5

Sint-Lambrechts-Woluwe 0 0

Sint-Pieters-Woluwe 12,5 11,1

Ukkel 0 0

Vorst 0 0

Watermaal-Bosvoorde 0 0

Slechts in twee gemeenten kan de machtsparticipatie van de Nederlandstaligen op gemeentelijk vlak min of meer voldoende (+30%) worden genoemd, namelijk in Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem. In telkens vijf gemeenten is de machtsdeelname respectievelijk onvoldoende (10 tot 20% van de schepenzetels) en absoluut onvoldoende (tot 10% van de schepenzetels). In niet minder dan zeven gemeenten tenslotte, is er geen enkele Nederlandstalige machtsdeelname. Te noteren valt ook dat op zes jaar tijd in niet minder dan zeven gemeenten een aanzienlijke achteruitgang voor de Nederlandstalige Brusselaars viel vast te stellen inzake machtsdeelname, terwijl er nergens enige vooruitgang werd geboekt.

Bovendien is het ten zeerste de vraag of deze aanwezigheid in het schepencollege (meestal slechts met één schepen) ook overeenkomt met werkelijke macht die zich uitdrukt in budgetten en in zeggenschap over bepaalde materies. Aangezien de Nederlandstaligen hiervoor nog veel meer afhankelijk zijn van de goede wil van de Franstalige meerderheidspartijen, die de Nederlandstalige Brusselaars hoegenaamd niet nodig hebben om een meerderheid te vormen, is hun inbreng in het beleid dan ook meestal marginaal. Meestal worden zij belast met “Vlaamse zaken”, waarvoor zij enkele kruimels uit de gemeentebegroting toegeworpen krijgen.

Op het vlak van de machtsparticipatie is het dus nog bedroevender gesteld dan met het aantal verkozenen, en is er voor de Nederlandstalige Brusselaars geen enkele waarborg voor welkdanige machtsparticipatie dan ook.

II. Situatie van de Nederlandstalige Brusselaars

in geval van stemrecht voor vreemdelingen

Omwille van de in het verleden zeer gespreide deelname van de Nederlandstalige Brusselaars aan de gemeenteraadsverkiezingen (Nederlandstalige, taalgemengde en Franstalige lijsten) is het bijzonder moeilijk om een prognose te maken van het effect dat vreemdelingenstemrecht zal hebben op de Nederlandstalige vertegenwoordiging in de gemeenteraden.

Voor wat de zuiver Nederlandstalige lijsten betreft (al dan niet in kartel), werd door André Monteyne een prognose gemaakt voor zeven Brusselse gemeenten in geval van stemrecht voor Euro-burgers. Van de 14 Nederlandstalige zetels in de betreffende gemeenten zouden er in dat geval volgens Monteyne 3 (21%) wegvallen. Mocht er bovendien stemrecht bestaan voor alle vreemdelingen, dan voorspelt Monteyne dat van deze 14 Nederlandstalige zetels, er 6 tot 8 (43 tot 57%) zouden verdwijnen. De besluiten van Monteyne luiden dan ook dat met vreemdelingenstemrecht de Nederlandstalige politieke aanwezigheid in de gemeenten waar enige tijd geleden nog een betrekkelijke Nederlandstalige aanwezigheid was, zou terugvallen tot het huidige niveau van de zuidoostelijke gemeenten, dus één of hooguit twee verkozenen, en dat in de Zuidoostelijke en “migrantenrijke” gemeenten elke Nederlandstalige politieke aanwezigheid zou verdwijnen.

Vanuit geheel andere uitgangspunten werd door David Vits in opdracht van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen (OVV) een prognose gemaakt. Daarbij gaat hij ervan uit dat alle potentieel stemgerechtigde vreemdelingen zouden gaan stemmen, en hun stem zuiver op eigen lijsten zouden uitbrengen. Alhoewel zulks zuiver hypothetisch is, is het toch niet slecht de resultaten van deze denkoefening even in ogenschouw te nemen. In geval er stemrecht zou bestaan voor inwoners van de Europese Unie, dan zouden de Nederlandstalige Brusselaars in deze hypothese nog 54 van hun huidige 70 gemeenteraadszetels in de 19 gemeenteraden behouden (een verlies van 23%). Indien alle vreemdelingen stemgerechtigd zouden zijn, dan zouden er nog 49 Vlaamse zetels overblijven (een verlies van 30%).

III. Actuele beschermingsmaatregelen ten voordele van de Nederlandstalige Brusselaars

In het recente verleden werd reeds een aantal uiterst bescheiden maatregelen genomen om een zekere Nederlandstalige politieke aanwezigheid in de Brusselse gemeenteraden mogelijk te maken. Deze maatregelen zijn echter absoluut onvoldoende. Momenteel houden zij het volgende in. Bij wet van 16 juni 1989 werd in de gemeentewet voor de Brusselse gemeenteraden de mogelijkheden ingebouwd om een extra-schepenzetel te voorzien indien er een Nederlandstalige schepen in het college wordt opgenomen. Op deze wijze hoopte men de machtsparticipatie van de Nederlandstalige Brusselaars in de Brusselse schepencolleges enigszins aan te moedigen, maar het is duidelijk dat dit een bijna louter symbolische waarde heeft, en het facultatieve karakter van deze maatregel geen enkele waarborg inhoudt voor een Nederlandstalige machtsparticipatie. In geval er geen enkel Nederlandstalig gemeenteraadslid verkozen zou zijn, dan dient volgens dezelfde wet het eerste niet-verkozen Nederlandstalige gemeenteraadslid van rechtswege deel uit te maken van de OCMW-raad. Dit OCMW-raadslid krijgt dan inzagerecht in alle gemeentelijke stukken.

Het moet echter duidelijk zijn dat dit alles als absoluut onvoldoende van de hand moet worden gewezen.

IV. Politieke besluiten

Besluitend kan men dus in zijn globaliteit stellen dat op dit ogenblik de electorale positie, en de dienovereenkomstige politieke aanwezigheid en machtsparticipatie van de Nederlandstalige Brusselaars in de Brusselse gemeenteraden, OCMW-raden, Colleges van Burgemeester en Schepenen en weldra ook in de nog op te richten Politieraden absoluut onvoldoende is of zal zijn. Dat heeft mee te maken met het feit dat er op gemeentelijk vlak voor de Nederlandstalige Brusselaars op dit ogenblik nagenoeg geen enkele institutionele erkenning bestaat. Met de invoering van het vreemdelingenstemrecht dreigt de Nederlandstalige aanwezigheid bovendien op vele plaatsen volledig te verdwijnen. Het water staat de Nederlandstalige Brusselaars bijgevolg tot aan de lippen.

In de federale en Brusselse regeerakkoorden werden weliswaar vage passages opgenomen die ertoe strekken een oplossing te vinden voor de onvoldoende machtsparticipatie van de Nederlandstalige Brusselaars in de Brusselse plaatselijke besturen. Deze passages zijn echter zowel inhoudelijk als qua tijdsschema uiterst vaag, en houden bijgevolg geen enkele waarborg in voor een verbetering van de situatie ter zake. Aangezien de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 bovendien voor de deur staan, mag er o.i. hoe dan ook van worden uitgegaan dat er tegen dan geen enkele van de in het vooruitzicht gestelde maatregelen geregeld zullen zijn. Zo de Vlamingen hier al enige successen kunnen boeken, zal de concrete toepassing daarvan dus pas in 2006 kunnen worden verwacht. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 is het momenteel dan ook in het algemeen belang van de Brusselse Vlamingen en een absolute noodzaak dat alle Vlaamse partijen de krachten zouden bundelen ten einde een zo maximaal mogelijke vertegenwoordiging in de Brusselse plaatselijke besturen uit de brand te slepen.

Daarom acht het Vlaams Blok het als zijn plicht, om als veruit grootste Brussels-Vlaamse partij het initiatief te nemen om een oproep te richten tot de andere Vlaamse partijen om zo spoedig mogelijk de besprekingen aan te vatten ten einde tot deze zo noodzakelijke krachtenbundeling over te gaan. Het Vlaams Blok heeft in dit verband vandaag een brief verstuurd naar alle Brussels-Vlaamse plaatselijke mandatarissen en naar de plaatselijke Brussels-Vlaamse partij-instanties, waarin deze worden uitgenodigd tot het aanvatten van deze besprekingen. De situatie voor de Nederlandstalige Brusselaars is vandaag de dag dermate dramatisch dat het niet langer verantwoord is om partijpolitieke spelletjes te spelen en schutkringen aan te leggen rond deze of gene Brussels-Vlaamse partij. In naam van het algemeen Vlaams belang hoopt het Vlaams Blok dan ook dat deze gemeenteraadsleden en plaatselijke partij-instanties het gezond verstand zullen laten zegevieren, en ten volle hun verantwoordelijkheid zullen opnemen ten aanzien van de Brussels-Vlaamse gemeenschap. Elk steriel sectarisme is in dergelijke omstandigheden absoluut verwerpelijk.

Mocht echter blijken dat de traditionele partijen dit sectarisme tegen beter weten in blijven handhaven, dan zal het Vlaams Blok, als grootste Brussels-Vlaamse partij zijn eigen verantwoordelijkheden alvast wél opnemen door in zoveel mogelijk Brusselse gemeenten op eigen kracht op te komen.