Voorstel van CVP'er Luc Martens om financiering onderwijs te regelen door gemeenschappen meer federaal geld toe te schuiven is verwerpelijk

De VU verwerpt het voorstel van CVP-parlementslid Luc Martens om de financiering van het onderwijs te regelen door de gemeenschappen meer « federaal » geld toe te schuiven. Het voorstel is de reinste versterking van het consumptiefederalisme en vergroot de transfers van Vlaanderen naar Wallonië.

De VU herhaalt dat de twee formules die nu opgang maken om de geldnood van het Franstalig onderwijs te lenigen onaanvaardbaar zijn :

- De dotatie van de federale overheid optrekken tot een bedrag dat in overeenstemming zou zijn met de 2,4 miljard extra voor Wallonië, betekent dat het aandeel voor Vlaanderen moet verhoogd worden met + /- 3,25 miljard. Dit is het wafelijzerprincipe en het hervallen in oude politieke cultuur.

- De verdeelsleutel ten voordele van de Franstaligen aanpassen, onder het mom van de objectiviteit, impliceert dat de federale dotatie dezelfde blijft, maar dat Vlaanderen het tekort zou bijpassen, met name 2,4 miljard. Hier kan de Vlaamse regering niet mee akkoord gaan.

Bezwaren tegen het leerlingencriterium

De verdeelsleutel tussen de Vlaamse en Franstalige gemeenschap dient gebaseerd te zijn op objectieve en vooral controleerbare criteria. Leerlingen tellen is niet objectief, laat staan controleerbaar. De definitie van wat een leerling is, is niet langer dezelfde in de Vlaamse en de Franstalige gemeenschap door het uit elkaar groeien van de respectievelijke decreetgeving. Anderzijds is het tellen van leerlingen zeer fraudegevoelig.

- Midden ’86 verklaarde Damseaux, minister van het Franstalig onderwijs, dat hij op 20.000 na niet kon zeggen hoeveel leerlingen het Franstalig onderwijs precies telde.

- Op een schriftelijke vraag van Nelly Maes in oktober 1997 antwoordde de toenmalige Vlaamse minister van onderwijs, Luc Van den Bossche, dat zijn departement niet beschikt over de evolutie van het aantal financierbare leerlingen in de Franse gemeenschap. Van den Bossche stelde zich letterlijk de vraag of dit verdelingscriterium nog relevant zal zijn aan het einde van de overgangsperiode in 1998.

De Vlaamse en Franse gemeenschap bepalen autonoom wat een « regelmatig ingeschreven leerling » is en wat een « financierbare leerling » is. De onderwijscategorieën basisonderwijs, secundair onderwijs en buitengewoon onderwijs zijn vandaag niet meer te vergelijken met de onderwijsniveaus die bestonden bij de opstelling van de financieringswet.

Bij de opmaak van de begroting 1999 in het Vlaams parlement hekelden de Vlaamse parlementsleden Chris Vandenbroeke en Kris Van Dijck reeds het uitblijven van de aanpassingen van de verdeelsleutel naar objectieve normen gebaseerd op het aantal inwoners beneden de 18 jaar.

Het aantal inwoners wordt bepaald door het N.I.S. Hun cijfers zijn de enige objectieve en controleerbare norm.

Simulaties op basis van het inwonerscriterium

Baserend op de gegevens van het N.I.S. van 1 januari 1998 (de meest recente) berekende VU-volksvertegenwoordiger Kris VAN DIJCK de volgende vaststellingen :

- 1% komt ongeveer overeen met 4 miljard fr.

- de cijfers tussen haakjes zijn de procentuele wijzigingen ten opzichte van de huidige situaties

Tabel 1 : de inwoners van 0 tot en met 17 jaar op 01.01.98

Het Rijk 2.180.816 100%

Vlaamse gemeenschap (incl. 20% Brussel) 1.278.021 58.6 % (+1,05%)

Franse gemeenschap (incl. 80% Brussel) 902.795 41,4 % (- 1,05%)

Tabel 2 : de inwoners van 3 tot en met 17 jaar op 01.01.98 (3 jaar is instapleeftijd kleuters Franstalig onderwijs)

Het Rijk 1.833.757 100%

Vlaamse gemeenschap (incl. 20% Brussel) 1.076.535 58.71 % (+1,16%)

Franse gemeenschap (incl. 80% Brussel) 757.222 41,29 % (- 1,16%)

Tabel 3 : de inwoners van 6 tot en met 17 jaar op 01.01.98 (leerplichtige leerlingen)

Het Rijk 1.469.837 100%

Vlaamse gemeenschap (incl. 20% Brussel) 863.247 58.73 % (+1,18%)

Franse gemeenschap (incl. 80% Brussel) 606.590 41,27 % (- 1,18%)

Fiscale autonomie

De VU wijst erop dat de dotaties aan de gemeenschappen voor het merendeel bestaan uit BTW-ontvangsten die uit Vlaanderen komen. Zo worden door een federale inning en een daaropvolgende verdeling op basis van voor het onderwijs objectieve normen, geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië bestendigd. Fiscale autonomie moet derhalve de Vlaamse leidraad zijn waarmee discussies over verdeelsleutels in een ruimer debat gebracht worden.

Met betrekking tot het actuele dossier over de financiering van het onderwijs wil de VU dat de Vlaamse regering in het Overlegcomité duidelijk het standpunt van de verdeling op basis van de bevolkingscijfers vertolkt. Indien dit niet tot een akkoord leidt, moet het dossier naar de Conferentie over de staatshervorming en dient de financieringswet in een ruimer kader herzien te worden. Indien de gemeenschappen over fiscale autonomie beschikken, kan de onderwijsfinanciering evolueren met het bruto regionaal product en dus welvaartsvast worden.

Patrik Vankrunkelsven Kris Van Dijck

Algemeen Voorzitter VU Vlaams parlementslid

Lid van de Commissie Onderwijs