JOHAN SAUWENS (VU): TOESPRAAK CULTUURPRIJS VOEREN 1999
Onze verontschuldigingen indien je dit berichtje meerdere keren ontvangen hebt. De eerste versies werden blijkbaar niet naar alle abonnees doorgestuurd.
Hermes. --JOHAN SAUWENS (VU): TOESPRAAK CULTUURPRIJS VOEREN 1999
Dames en heren,Allereerst wil ik de initiatiefnemer, de culturele raad, danken voor de
uitnodiging. Het is mij een waar genoegen om hier vanavond gast te zijn bij
de uitreiking van de jaarlijkse culturele prijs van Voeren. Zoals u weet
heb ik steeds bijzondere belangstelling gehad voor dit prachtige stukje
Limburg.Voeren is niet alleen de bekende grensgemeente van Vlaanderen, waar
taalfaciliteiten de gemoederen steeds opnieuw verhitten. Voeren is ook de
prachtige landelijke gemeente midden in de driehoek Maastricht, Aaken en
Luik en aantrekkingspool voor het recreatief toerisme.
De prijsuitreiking valt dit jaar samen met een politiek scharnierpunt. Niet
alleen is er het aantreden van de nieuwe Vlaamse regering. Daarnaast is er
ook de start van de dialoog over nieuwe stappen naar een zelfstandig
Vlaanderen. In dit gezelschap moet ik ongetwijfeld niet wijzen op het
belang van het komende jaar voor Voeren. Over iets minder dan één jaar
worden de gemeenteraden verkozen.
Daarom zal ik er vanuit de Vlaamse regering goed over waken dat reeds van
in het begin van de nieuwe legislatuur de nodige aandacht wordt besteed aan
Voeren en de positie van de Vlamingen. Bij mijn collega’s zal ik regelmatig
aandringen op concrete actie. Met een minister-president en twee Limburgse
ministers, waaronder ikzelf, moet de Vlaamse regering een goede bondgenoot
zijn voor de Vlaamse strijd in deze gemeente.
Vanzelfsprekend zal ik ook zelf iniatieven nemen vanuit mijn eigen
bevoegdheden: Binnenlandse Aangelegenheden, Monumenten en Landschappen en
Sport. Om deze acties en initiatieven maximaal op elkaar af te stemmen zal
ik pogen het Vlaamse Actieplan van 8 februari 1995 te actualiseren.
Ik heb die actualisering echter niet afgewacht om nu reeds een aantal
maatregelen te treffen. Ik beperk me tot de twee belangrijkste
initiatieven.Eerste initiatief. De gemeente Voeren kent, in het kader van het
gemeentelijk cultuurbeleid, alleen toelagen toe aan Franstalige vereningen.
Als Vlaams minister van binnenlandse zaken ben ik hier onmiddellijk tegen
opgetreden.Het betreft hier een nieuwe fase in een aanslepend conflict tussen de
Vlaamse cultuur-, jeugd en sportverenigingen met de Franstalige
meerderheid. Op 12 februari 1999 besliste de gemeenteraad, meerderheid
tegen oppositie, om uitsluitend toelagen te geven aan Franstalige
verenigingen. In totaal gaat het hier over een bedrag van ruim anderhalf
miljoen frank, waarvan de Vlaamse verenigingen worden uitgesloten. De
Limburgse gouverneur, mevrouw Hilde Houben-Bertrand schorste de uitvoering
van dit besluit, samen met die van een ander besluit dat er verband mee
houdt, en stelde ook de verwerping van een aantal kredieten uit de
begroting voor.Nadat de gemeenteraad van Voeren de geschorste besluiten, meerderheid tegen
oppositie, handhaafde, stelde de gouverneur voor de besluiten te
vernietiging. Door een vroeger taalakkoord kan ze in de gemeente Voeren
echter slechts vernietigen na een gunstig advies van het federale college
van gouverneurs. En zoals gebruikelijk stelden de Waalse gouverneurs hun
veto tegen de vernietiging en verwerping van de kredieten. Door hun houding
blijft de discriminatie van de Vlaamse verenigingen bestaan. Dit is een
onhoudbare situatie! Immers, waarom zou de Franstalige sportvereniging
Royal F.C. Avenir wel recht hebben op een toelage en de Vlaamse tegenhanger
S.K. Moelingen niet?Dit is manifest in strijd met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en met
het cultuurpact en zou in een normale democratische rechtsstaat onmogelijk
zijn. Overigens werden er ook wettelijke begrotingsvoorschriften genegeerd.
Het is dan ook onbetamelijk dat een college van gouverneurs, die elk
zorgvuldig horen te waken over de wet en het algemeen belang, een
dergelijke praktijk toelaat. In een reactie op een schrijven van de
gouverneur heb ik haar dan ook benadrukt dat de discriminatie van
verenigingen omdat zij gebruik maken van hun eigen streektaal, het
Nederlands, onaanvaardbaar is. Na een onderhoud daarover heeft de
gouverneur zelf besloten beroep aan te tekenen bij de Raad van State.
Gezien het precedent met een opruiend artikel in het gemeentelijk infoblad
Info Voeren, twijfel ik er niet aan dat de Raad van State een rechtvaardig
oordeel zal vellen. Toch is dat niet voldoende. Als Vlaams minister bevoegd
voor de uitoefening van het toezicht op de Vlaamse gemeenten, Voeren
inbegrepen, kan ik niet aanvaarden dat manifeste vormen van discriminatie
blijven bestaan omdat juridische procedures door het college van
gouverneurs politiek geblokkeerd worden. Aangezien de procedure via het
college niet behoorlijk functioneert heb ik mij voorgenomen de problematiek
van het college te agenderen op de intergouvernementele en
interparlementaire conferentie voor institutionele vernieuwing, de
zogenaamde Costa.Gezien de politieke actualiteit past het hier even stil te staan bij de
problematiek van de financiering van het onderwijs. Een bijzondere
financieringswet heeft de verdeling van de BTW-ontvangsten voor het
onderwijs bepaald op 57.55% voor Vlaanderen en 42.55% voor de Franstalige
Gemeenschap. Dit gebeurde op basis van toenmalig aantal leerlingen. Over
dit aantal leerlingen waren er grote betwistingen, vooral bij de
Franstaligen. Het percentage werd in 1988 politiek vastgelegd en nergens
werd bepaald over welke leerlingen het juist ging. Deze verdeelsleutel,
zegt de financieringswet, zou vanaf het begrotingsjaar 1999 aangepast
worden “aan de verdeling van het aantal leerlingen aan de hand van bij de
wet vastgelegde criteria”.
De nieuwe Vlaamse Regering is op geen enkel ogenblik geconfronteerd met een
vraag tot overleg over deze problematiek. Door Vlaamse minister-president
Dewael bevraagd heeft eerste minister Verhofstadt bevestigd dat er nog geen
enkele beslissing is genomen. Zowel in de Kamer als in het Vlaamse
Parlement hebben de Vlaamse partijen een duidelijk politiek signaal gegeven
dat er op geen enkel punt kan worden gesold met de Vlaamse belangen. Het
financiële debat is altijd belangrijk. Vlaanderen is op geen enkel punt
vragende partij om de huidige verdeelsleutel te wijzigen. Indien er een
voorstel komt van de eerste minister zal dit grondig moeten overlegd worden
met beide gemeenschappen. Ik kan u verzekeren dat de Vlaamse Regering op
een harde, maar correcte manier het Vlaamse standpunt zal verdedigen.
In de marge wil ik er trouwens op wijzen dat de federale overheid in de
jaren tachtig en negentig een spaaroperatie heeft bevoegdheden over te
dragen aan de Gemeenschappen zonder voldoende bijbehorende middelen. Zo
werd het globaal onder de Gemeenschappen te verdelen pakket BTW-ontvangsten
wel gekoppeld is aan de evolutie van de index en het geboortecijfer, maar
niet aan de evolutie van het BNP. Deze BTW-ontvangsten kenden tussen 1989
en 1998 een zeer trage groei (+29,66%) in vergelijking met de inkomsten uit
de personenbelasting (+132,63%). De vraag die zich dus of de
onderwijsontvangsten niet gekoppeld moeten worden aan het stijgend
nationaal inkomen.Vandaag ontving ik van de federale premier overigens de uitnodiging om deel
te nemen aan de eerste vergadering, de oprichtingsvergadering, van de
Costa. En het lijkt het mij nogal vanzelfsprekend dat deze hele
problematiek daar aan bod zal komen. Ik wil overigens benadrukken dat ik
als vrij persoon aan de gesprekken zal deelnemen. Het Vlaams regeerakkoord
en de resoluties van het Vlaams Parlement, die voortvloeien uit de door mij
voorgezeten commissie staatshervorming, doen daarbij dienst als richtlijn.
Tweede initiatief. Op dit ogenblik loopt een klasseringsprocedure voor
boerderij Den Hof, beter bekend als hoeve Hendrickx, en bijhorend landschap
met historische site Den Bongard, hier in het centrum van
Sint-Martens-Voeren.Deze grotendeels 18e eeuwse hoeve is op zichzelf waardevol, maar wordt nog
interessanter wanneer we weten dat tegenover het woonhuis, in de grote
huiswei, de resten te vinden zijn van de herenwoning van
Sint-Martens-Voeren. Tussen hoeve Hendrickx en de wijk Kwinten heeft
vroeger een kasteel gestaan. Luchtfoto’s en stafkaarten tonen duidelijk de
grondvesten van een vroegere vesting. Ook in de archieven is er sprake van
de leenhof van den Bongart, zelf grote leen van de graven van Dalhem. Zoals
bekend bevindt Den Hof zich vlak tegenover dit Vlaams Cultureel Centrum
(het Veltmanshuis en het Paviljoen), de culturele bakermat van de Vlamingen
in deze prachtige gemeente. De weide tegenover hoeve Hendrickx vormt het
groene hart van Sint-Martens-Voeren. Dit dorp heeft altijd een vrij losse
bebouwing gehad, die in onze tijd verloren dreigt te gaan.
Het is onaanvaardbaar dat de asbl association wallonne pour la promotion du
Logement, de l’ action sociale et du tourisme, een Waalse vzw met zetel uit
Aubel, hier bouwpercelen ter beschikking wil stellen. Dit
verkavelingsdossier ingediend door eerste schepen Nico Droeven, voorzitter
van de Waalse vzw, werd reeds goedgekeurd door de gemeente. In het
Franstalige huis-aan-huis-bad Le Fouron van 5 mei ll. spreekt Nico Droeven,
toen nog tewerk gesteld op het kabinet van voormalig Waals
minister-president, duidelijke taal. Hij situeert de nieuwe vzw binnen zijn
opdracht van Robert Colignon om de Franstaligen in Voeren te helpen. Het
leidt dan ook weinig twijfel dat de bouwpercelen, met de hulp en steun van
de Waalse regering, vooral aan Waalse gezinnen terbeschikking gesteld
zullen worden. Nico Droeven : « voilà à nouveau posés des actes positifs et
concrets pour la population francophone. »
Door de bescherming komt dit Waalse plan op de helling. Na de voorlopige
bescherming zal de Vlaamse overheid de gemeente eerstdaags opdragen het
openbaar onderzoek op te starten. Ik heb daartoe opdracht gegeven om het
volledige dossier te laten betekenen, met een summiere vertaling voor de
Franstaligen. Als de gemeente weigert dit onderzoek binnen de 45 dagen te
starten, kan de provincie Limburg die rol overnemen. Deze regeling heb ik
tijdens mijn vorige ministeriële ambtsperiode, met ook toen monumenten en
landschappen als bevoegdheid, decretaal laten vastleggen. Dit precies
omwille van ervaringen met onwillige gemeenten, zoals Voeren, in het
recente verleden.Dames en heren, het is duidelijk dat deze twee initiatieven niet volstaan
om van Voeren een Vlaamse gemeente te maken zoals de anderen. Om dat te
bereiken is een volgehouden inspanning nodig van beleidsvoerders en
betrokkenen. Mijn aanwezigheid hier bewijst de bereidheid van de nieuwe
Vlaamse regering om deze opdracht tot een goed einde te brengen. Als Vlaams
minister van Binnenlandse Aangelegenheden wil ik graag het bindteken zijn
tussen de Vlaame regering, de provincie Limburg en de Vlaamse mandatarissen
in Voeren. Verder, en dat de gelauwerde Manu en Valentijn
Theunissen-Lognoul (initiatiefnemers van voetbalclub SK Moelingen, zelf
wonend in ‘s Gravenvoeren) bijzonder interesseren, wil ik graag bijdragen
aan de sportbeleving in Voeren.
Het belang van sport als factor van gemeenschapsvorming en inburgering kan
moeilijk overschat worden. Alleen al het feit dat de jeugd van Voeren,
daarbij vergezeld van hun ouders, speelt in de provinciale
voetbalcompetitie van Limburg is een belangrijk voor de band met rest van
Vlaanderen. Voor de andere sporten zijn de mogelijkheden beperkt, zeker
voor de beoefening ervan in competitieverband. De provinciale scholen
beschikken over een turnzaal, een zwembad en sportvelden met atletiekpiste.
Deze infrastructuur volstaat echter niet om aan de vraag te voldoen. Zelfs
de eigen leerlingen komen er onvoldoende aan hun trekken. Bovendien voldoen
deze voorzieningen niet aan de normen voor competitie.
De Franstaligen daarentegen beschikken hier in het centrum van
Sint-Martens-Voeren wel over een centre culturel et sportif des Fourons dat
geschikt is voor sportcompetitie. Door het gebrekkig aanbod aan Vlaamse
zijde trekken de Franstaligen met dit sportcomplex, meer dan waarschijnlijk
gefinancierd door de Franse Gemeenschap, ook de Vlaamse jeugd naar zich
toe. En de Vlaamse Gemeenschap kan het zich niet veroorloven, net nu de
gemeente in Vlaamse handen kan vallen, om met de jeugd haar sleutel van de
toekomst kwijt te spelen. Daarom wil ik graag onderzoeken hoe de Vlaamse
Gemeenschap op korte termijn iets concreet kan doen voor het Vlaamse
sportleven in Voeren. Op langere termijn wil ik het Vlaamse Actieplan van 8
februari 1995 uitvoeren en onderzoeken of de sportschuur een haalbare kaart
is en, zo ja, waar zij zich moet situeren.
Dames en heren, ik zou nog uren kunnen doorgaan met het uiteenzetten van
mijn intenties voor deze legislatuur. Maar ik weet dat u hier in de eerste
plaats bent voor de uitreiking van de socio-culturele prijs. Met deze
woorden besluit ik dan ook deze korte gelegenheidstoespraak. Ik dank u
alvast voor uw welgemeende aandacht.
Voeren, 15 oktober 1999. Johan SauwensVlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden,
Ambtenarenzaken en Sport


Printervriendelijke versie
top