Wat willen we: sterke regio's in Europa of een sputterend Belgisch huwelijk?
OPENINGSTOESPRAAK COSTA
Geachte eerste minister, vice-premiers, ministers, voorzitters, parlementsleden, pers en medewerkers
Wat willen we:sterke regio’s in Europa of een sputterend Belgisch huwelijk?
EgmontEven dacht de initiatiefnemer van deze conferentie eraan om deze zitting te laten starten in het Egmontpaleis. Men heeft zich bedacht. Is het omdat het paleis een dubbele negatieve symboolwaarde zou gehad hebben?
Vooreerst de graaf van Egmont zelf: weliswaar stond hij vaak aan de zijde van Willem van Oranje en had hij een afkeer van militair geweld - beide eigenschappen kan ik appreciëren - , maar anderzijds ondervond hij dat overdreven loyauteit tegenover de heerser, in casu Filips de II, niets opbracht. Integendeel, hij verloor er het hoofd bij. Men verweet hem nogal wat naïviteit. Mijn partij en mezelf wordt ook vaak verweten dat onze participatie getuigt van een grenzeloze naïviteit. Welnu, loyaal willen we graag zijn. Maar loyauteit moet getoetst worden aan de feiten en bovendien mutueel zijn. De gebeurtenissen van de laatste dagen waren niet van aard om deze deugd intens te bedrijven. Straks ga ik daar verder op in.
Daarnaast verwijst men nu soms al naar het Egmontpact. Bijna een kwarteeuw geleden beheerste dit pact de politieke gemoederen gedurende een jaar om dan te sneuvelen. We weten wel hoe. Misschien is het nuttig om er aan te herinneren dat ook niet-communautaire elementen van dit akkoord een belangrijke bijdrage leverden voor de mobilisatie van tegenstanders. De drang naar bestuurlijke vernieuwing deed de toenmalige onderhandelaars de provincies afschaffen, waarvoor subgewesten in de plaats kwamen. Dit was toen en zou ook nu een brug te ver zijn.
CommissiesAan commissies die werden opgericht in het kader van de communautaire vraagstukken is er geen gebrek. Te veel werk om hier op te sommen, eerder werk voor een doctorandus.
In 1856 werd er de zogenaamde “Grievencommissie” opgericht, vooral om zich bezig te houden met “maatregelen te nemen in het belang van de Vlaamse taal en literatuur”. De volgende start 80 jaar later, in 1936, en is zeker het vermelden waard, nl. het “Studiecentrum voor de Hervorming van de Staat”, dat onder meer voorstellen deed omtrent het ‘raadplegingsreferendum’, hervormingen van het gerecht, de invloed van de lijststem, de grote stedelijke agglomeraties en voorstellen ivm het samenleven van Vlamingen en Franstaligen. De oorlog gooide roet in het eten. In 1948 zag het “Centrum Harmel” het levenslicht. Veel concrete resultaten worden niet geboekt, maar wel wordt de basis gelegd voor de “Commissie voor Hervorming van der Instellingen” (beter bekend als de “Ronde Tafelconferentie”) die in 1965 haar besluiten neerlegt. Verder zijn er nog de “Werkgroep van 28”, de kasteelconclaven en als last, but not least, de “Dialoog van Gemeenschap tot Gemeenschap” onder leiding van Hugo Schiltz en toenmalig PSC voorzitter Gerard Deprez. Deze dialoog legde de basis voor de omvorming van België in een echte federale staat zoals vastgelegd in de St-Michielsakkoorden.
Continu procesWaarom dit overzicht? Een aantal conclusies kunnen we hier alleszins uit trekken:
1. Staatshervorming is een continu proces, een “never ending story”. Als we even naar de politieke landkaart van het Europa van de laatste eeuwen kijken, moeten we beseffen dat staten voortdurend in beweging zijn. Vroeger vaak als resultaat van geweld; de laatste decennia, maar lang niet altijd, ten gevolge van rationele en onderhandelde beschouwingen zoals Tsjechië en Slowakije, Catalonië, Vlaanderen en Wallonië. De initiatiefnemers van vele rondes staatshervorming hebben vaak het voornemen gehad om de toestand definitief te beslechten. Dit was en is een illusie. Zeker in het Europa van morgen. In de Europese context zullen we de volgende decennia nog veel debatteren over het niveau waar de bevoegdheden het best worden aan toegekend om het meest efficiënte bestuur te realiseren.
2. Er bestaat in België een lange traditie om op basis van overleg te streven naar een democratisch gestuurde staatshervorming. Er is in dit land heel wat kennis opgebouwd omtrent het ontstaan van een federatie die vertrekt vanuit één “staat”. Het woord federatie doelt meestal op het omgekeerde proces. Wij moeten deze traditie koesteren. Het moet voor onszelf en vele andere staten in de wereld een voorbeeldfunctie vervullen. Vele bloedige conflicten zijn niet het gevolg van een streven naar zelfbestuur, maar eerder van het miskennen ervan en de er mee gepaard gaande onderdrukking. Het conflictvoorkomend karakter van een open federalisme, dat bereid is tot solidariteit en wil opgaan in grotere gehelen, kan niet voldoende benadrukt worden.
3. Meerdere rondes staatshervorming gingen niet alleen uit van de communautaire spanningen maar veeleer van de analyse dat het bestuur inefficiënt was. Soms werden ook duidelijk niet-communautaire elementen opgenomen in de besluitvorming, ik verwees er al naar. Nu ook loopt het streven naar een goed bestuur als een rode draad door de regeerakkoorden van de federale en deelstaatregeringen. Voor mij is dit uitgangspunt het belangrijkste bindmiddel van deze conferentie. Ik wil dit even verder ontwikkelen.
Integraal-federalismeMen mag het gerust weten, ik ben een integraal federalist: ik ben overtuigd van het principe van de subsidiariteit. Wat een kleine kring op een efficiënte manier kan doen moet niet op een hoger vlak worden geregeld. Deze overtuiging valt samen met de eenvoudige vaststelling op het terrein dat aan dit principe in dit land hoegenaamd niet wordt voldaan.
Ik wil hier enkele voorbeelden van geven:
Voor de verkiezingen had ik een gesprek met een belangrijke organisatie die zich met ontwikkelingssamenwerking bezig houdt. Over een communautarisering van deze materie waren we het niet eens: niet omdat er een eensgezinde visie bestond in de twee landsdelen, maar juist omwille van het omgekeerde. Vlamingen vinden dat ze de ontwikkelings-samenwerking in Wallonië moeten bijsturen omdat die te veel gericht is op een cultuurgebonden visie waar onderwijs en taal belangrijke ankerpunten zijn. Vlamingen leggen veeleer de nadruk op materiële basisvoorwaarden of zelfredzaamheid. Wie gelijk heeft interesseert me niet. Maar de drang om de mening op te leggen aan de andere taalgroep is verwerpelijk en leidt tot frustraties en blokkeringen.
In Vlaanderen wil men meer investeren in preventieve geneeskunde. Preventie is echter vaak even duur of duurder dan de klassieke curatieve zorgen. Het leidt natuurlijk ook tot een reductie van de uitgaven voor curatieve geneeskunde. Welnu, Vlaanderen zou wel meer willen investeren, maar zou daartoe de middelen moeten recupereren uit de federale pot waar ze niet aankan. Dus gebeurt het preventiebeleid in Vlaanderen met mate en totaal inefficiënt.
Een eigen fiscaliteit laat toe om sturend op te treden. Bijvoorbeeld in de economie. Vennootschapsbelasting was al eens een strijdpunt. Kortingen op de belasting op inkomen uit arbeid is een instrument om de werkloosheidsval op te lossen. De gewesten kijken echter machteloos toe.
Ondertussen vaardigt de federale overheid maatregelen uit die de werkloosheid moeten terugdringen: een lineair terugdringen van de loonkost, het al dan niet verplicht in dienst nemen van jonge werklozen, de aanpassing van het minimumloon. Maatregelen die in de gewesten andere effecten ressorteren. Soms de omgekeerde die men beoogt. Bijvoorbeeld: een optrekken van het minimumloon kan de economische concurrentiepositie van Wallonië aantasten.
Belgische ziekte en Europese uitdaging
Telkens weer heerst er de illusie dat er één oplossing is, de illusie dat er in dit land één socio-economische realiteit bestaat, dat er één industrieel weefsel is, dat er eenzelfde demografische ontwikkeling bestaat, dat de opleidingen identiek zijn ...dit is nog steeds de Belgische ziekte die leidt tot immobilisme, blokkeringen, bestuurlijke machteloosheid. In de regio’s omdat men de instrumenten niet heeft, federaal omdat het terrein te disparaat is. Een werkgelegenheidsbeleid bv. dat zowel voor Vlaanderen als voor Wallonië optimaal is, bestaat niet.
Deze vaststelling moet men koppelen aan een andere belangrijke evolutie: het bestaan van de Europese ruimte. De monetaire unie is niet langer Belgisch. Macro-economische beslissingen worden steeds meer in de Europese unie genomen, milieunormen en hopelijk ook meer en meer sociale grondrechten worden Europees vastgelegd.
Als we deze twee vaststellingen koppelen is er maar één uitweg: regionale differentiatie en responsabilisering. Een micro-economische aanpak laat toe dat we deze Europese uitdaging aankunnen. De uitdaging moet zijn om binnen Europa sterke regio’s te vormen. Vlaanderen is goed op weg maar voelt zich geremd. Maar ook Wallonië en het Brusselse gewest moeten de kansen krijgen om te behoren tot de welvarende Europese regio’s. Daarvoor is een verdere staatshervorming nodig. En ook solidariteit.
SolidariteitHet bestendigen van een belangrijke nationale solidariteit is een uitgangspunt van deze conferentie. Deze solidariteit bestaat nu op verschillende terreinen: via de financieringswet, binnen de sociale zekerheid, via de unitaire bevoegdheden. Ik ben van oordeel dat er meer eenvoudige en klaardere vormen van solidariteit bestaan, zoals bv. in Duitsland. Maar dit debat is heden voor velen een brug te ver. Niettemin moet deze conferentie de mogelijkheid bieden om binnen een solidair geheel de bevoegdheden en normering van de gezondheidszorg aan de gemeenschappen te laten toekomen om beter te kunnen inspelen op de concrete noden en inzichten in het noorden en het zuiden van het land.
Solidariteit behoeft echter ook correctheid. De solidariteit die in de financieringswet verankerd zit, is in Vlaanderen maar aanvaardbaar als de spelregels daaromtrent correct worden gehanteerd. Geheime afspraken omtrent deze regels zetten de solidariteit op de helling. Vlaamse politici kunnen niet aanvaarden dat middelen worden verdeeld op basis van betwistbare cijfers. Als op basis van een geheim akkoord een wetsvoorstel komt dat in die richting gaat kan ik me niet voorstellen dat er in de Kamer een meerderheid van de Vlamingen dit goedkeurt. Dit zou in strijd zijn met de uitgangspunten van dit overleg: vertrouwen en hoffelijkheid, het zoeken naar eerbare voorstellen. Geheime akkoorden maken slechte vrienden, zijn oude politieke cultuur en zijn voor mij onbestaand.
Fiscale autonomieEen verruiming van de bevoegdheden zal ook impliceren dat het financiële keurslijf (en dat naar de toekomst alleen maar strakker wordt) waar de gewesten nu in zitten moet aangepast worden. In het kader van een goed bestuur moet ook hier geresponsabiliseerd worden! Omwille van de fiscale sturingsmogelijkheden, maar ook vanuit democratisch oogpunt. Diegene die uitgeeft moet ook de verantwoordelijkheid naar de inwoners opnemen. Dit is de logica van de regeerakkoorden. Daarom is het noodzakelijk om stappen te zetten naar fiscale autonomie.
Efficiënt bestuurIk heb in deze uiteenzetting bewust over meer fundamentele problemen gesproken dan diegene die nu boven aan de agenda staan. Ik meen dan ook dat, willen wij verder doorstoten naar een efficiënt bestuur in dit land, de agenda moet openstaan voor alle voorstellen die kaderen in dit uitgangspunt. Er mogen geen taboes bestaan om de agenda aan te vullen. Samen moeten we uitmaken hoe de verschillende aangebrachte punten kunnen leiden tot een nuttige herverkaveling van bevoegdheden.
Ik geloof in de methodiek van deze conferentie die niet opgejaagd wordt door deadlines, die niet start in een confrontatiegegeven van winnaars en verliezers. De afwezigheid van de druk van een regeringsformatie mag echter ook niet leiden tot oeverloos gepalaver. Deze groep is aanzienlijk en wellicht geschikt voor algemene beschouwingen, het vastleggen van grote krachtlijnen, het leggen van prioriteiten. De concrete uitwerking van de overeengekomen materie moet volgens het voorzitterschap gebeuren in werkgroepen. De samenstelling ervan en de formulering van de opdrachten is volgende week reeds aan de orde in de eerste echte inhoudelijke vergadering van deze conferentie.
Het resultaat van de werkgroepen moet via de plenaire groep zonodig bijgestuurd worden. Pakket per pakket kunnen de wetgevende kamers dan aan het werk om wat overeengekomen is om te zetten in wetsvoorstellen.
Het welzijn van alle inwoners
Als men het echter niet aandurft naar de grond van de zaak te gaan is het voor de drie gemeenschappen en drie gewesten en voor de ganse federatie een gemiste kans. Oppervlakkig koteren aan de instellingen wapent Franstaligen en Vlamingen niet tegen de uitdagingen waar we voorstaan: welvarende regio’s worden in een Europese en mondiale context. Wij moeten op alle niveau’s streven naar een federale opbouw waar solidariteit en samenwerking in grotere gehelen, met grotere mobiliteit, een onafwendbaar gegeven is. Dit internationalisme noopt ons tot handelen. Als dit nu mislukt, wat ik niet wens, wil dit echter niet zeggen dat alles zal blijven zoals het is. De dynamiek van de regio’s laat dit niet toe. Het zou wel een gemiste kans zijn, want elk tijdsverlies brengt schade toe aan het welzijn van alle inwoners van dit land.
Ik hoop dat de deelnemers deze handschoen oppakken. Het kan een boeiende tocht worden. Ik hoop op uw aller positieve ingesteldheid en een vruchtbare samenwerking.
Patrik Vankrunkelsven, 20/10/1999


Printervriendelijke versie
top