Vlaams toerisme heeft geen Belgisch dak nodig
De verklaringen van Vlaams minister van Toerisme Renaat Landuyt in New York over de promotie van het Vlaams toerisme getuigen van een ongeoorloofde, Belgische unitaire recuperatiegedachte.
De beleidsintentie van de vorige Vlaamse regering om alle toeristische bureaus in het buitenland specifiek Vlaanderen te laten promoten is vanzelfsprekend en bovendien economisch noodzakelijk voor de Vlaamse toeristische sector. Andere Europese regio’s promoten op een gelijkaardige manier hun toeristisch aanbod.
Als Landuyt meent dat men Vlaanderen in het buitenland niet kan verkopen omdat zelfs België nog onvoldoende bekend is, dan trekt hij de verkeerde conclusie. Als België, na bijna 170 jaar, nog steeds onbekend is, zal het nu ook geen grote bekendheid meer verwerven. Laat de Vlaamse regering nu snel en efficiënt een nieuw produkt verkopen, nl. Vlaanderen met al zijn specifieke Vlaamse toeristische troeven. Ook het Waals toerisme zal er wel bij varen om via Waalse toeristische bureaus de in het oogspringende Waalse toeristische trekpleisters extra te promoten.
« Toerisme Vlaanderen » en « Toerisme Wallonië » kunnen elk zoveel sterker de eigen regio een positieve toeristische uitstraling geven. Daar moet geen vermolmd Belgisch dak boven hangen. De VU blijft voorstander van de verdere oprichting van Vlaamse huizen in het buitenland. Het Vlaamse huis in Den Haag kan een voorbeeld worden. Hopelijk zal minister Landuyt dit huis openen in het besef dat hij als Vlaamse minister Vlaanderen vertegenwoordigt.
Patrik Vankrunkelsven Algemeen Voorzitter VU


Printervriendelijke versie
top