Nationalisme verkeerd begrepen, Vlaanderen verkeerd begrepen

Geert van Cleemput 22-10-2007

Nationalisme is voor velen een grote onbekende. Wat niet gekend is, wordt dikwijls gevreesd of gehaat. Matthias De Clercq (Open vld) kent het nationalisme duidelijk niet. Vandaar zijn afkeer. Hij wil geen onafhankelijk Vlaanderen. Sophie de Schaepdrijver wil dat evenmin en keert terug naar een Belgisch verleden dat er nooit was.

Zoals de meeste critici van het nationalisme, inbegrepen De Clercqs partijleider Verhofstadt (“nationalisten zien in alle andere volkeren een tegenstrever”, DS 16.12.2006), vertrekt De Clercq van een standaard karikatuur ervan: “[h]et nationalisme gaat uit van een vermeende superioriteit van het 'eigen volk'”. Zoals ik in mijn Vlaams geblokkeerd betoog, is die houding geen nationalisme, maar etnisch chauvinisme, dat dikwijls vervalt in etnisch imperialisme. Nationalisme is de mentaliteit en politieke actie van degene die politieke zelfbeschikking nastreeft voor zijn volk. Niet meer, maar ook niet minder. Een nationalist gaat niet uit van de superioriteit van zijn volk, maar van de gelijkwaardigheid van elk volk en van elk lid van alle volkeren. Elk volk heeft het recht zijn eigen lotsbestemming in handen te nemen.

De Clercq vertrekt van een uiterst mager mensbeeld. Hij erkent “alleen het menszijn als verbondenheid.” Dat is niet alleen mager, maar ook fout. De mens is verbonden met anderen ook door familie-, dorps-, en volksbanden. Wij Europeanen hebben een speciale band, net zoals Afrikanen een speciale onderlinge band hebben. We zijn natuurlijk allemaal mensen. Die band moeten we sociaal en politiek natuurlijk behouden, maar de andere banden moeten we ook sociaal en politiek vertalen. De natie is het politiek ontwaakte volk. De natie is het beste medium om verbondenheid in beleid om te zetten. Zoals de politieke filosoof David Miller (Oxford) terecht schrijft, is de natie het beste medium om de sociale solidariteit toe te passen (België wil daar maar geen klare wijn over schenken), om een echte democratische structuur in te vullen (België belet dat), om de gemeenschappelijke doelstellingen van de leden (de twee Belgische volkeren staan daarvoor te ver van elkaar af) bereikt te zien. Niet dat de natiestaat (in mijn boek ga ik verder in op de verwarring die over dat begrip heerst) alle problemen oplost (zoals de tegenstanders het nationalisme graag karikaturiseren), maar hij biedt wel de beste instrumenten om daar aan te beginnen. Internationale samenwerking en supranationale instellingen behartigen dan de internationale solidariteit.

De Clercq gaat ook in tegen de liberale wortels van het moderne nationalisme. Liberale nationalisten, zoals John Stuart Mill en Giuseppe Mazzini, zagen het nationalisme net als bevrijdend. Door ten strijde te trekken tegen het separatisme knipt De Clercqs partij haar banden door met dat bevrijdende liberalisme. Terecht kozen de liberalen enkele jaren geleden voor confederalisme (hoewel ook over dat begrip veel verwarring bestaat), weliswaar enkel in woorden en niet in daden. Terecht had Verhofstadt in zijn eerste Burgermanifesten gekozen voor meer Vlaamse en Waalse autonomie vanuit de liberale idee van zelfbeschikking. Enkel dommeriken veranderen nooit van mening, maar zo nonchalant een van zijn principes overboord gooien, kan niet gezond zijn. De VLD verwordt zo tot de waterdrager van een nieuw Belgisch pseudo-nationalisme. Dat is helemaal niet progressief, zoals de “Open” VLD zich nu graag wil noemen, maar erg reactionair, Belgisch-reactionair. En helemaal in strijd met de beleden openheid.

Sophie de Schaepdrijver is ook weg van België. Voor haar hebben we enkel een taalprobleem in België. Dat is te eenvoudig. Haar uitgangspunt is verkeerd. Anders dan De Clercq die enkel het individu als relevant politiek criterium ziet, veronderstelt zij (militante van B Plus) dat er zo iets is als een Belgische natie en dat België een meerwaarde heeft. Zonder argument poneert ze dat de verdere communautarisering van dit land een verarming is. Zij heeft ook haar Belgische stichtingsmythe: 15 eeuwen lang stonden alle politieke grenzen haaks op de taalgrens. België heeft dus meer legitimiteit dan Vlaanderen en Wallonië, die uit België voortspruiten (dat laatste is gedeeltelijk waar), en dat moeten we koesteren.

De Schaepdrijver vindt het een “verkavelingsmythe” dat de Belgische overheid het “Vlaams” wilde uitroeien. “De ‘zelfstandigheidsgedachte’ vloeide voort uit het ... spookbeeld van culturele genocide ... , een moreel en conceptueel zwaktebod dat een zeer lange schaduw heeft geworpen.” Natuurlijk wilde de Belgische staat oorspronkelijk het Nederlands uitroeien. Het Nederlands kreeg geen wettelijke bescherming van de nieuwe staat. Zoiets staat gelijk met de intentie die taal uit te roeien. Vraag eens aan de Koerden (en aan de andere volkeren in Turkije) wat het betekent dat het Koerdisch geen wettelijke bescherming krijgt van de Turkse staat. Inderdaad, de Turkse staat (één volk, één staat, één stichter) werkt actief aan de uitroeiing van de Koerdisch taal en dus het Koerdische volk. Dat de Vlamingen niet naar de wapens grepen, wil niet zeggen dat hun als volk geen onrecht werd aangedaan. Culturele genocide (de Franse etnoloog Robert Jaulin noemt dat etnocide) hoeft niet noodzakelijk met de wapenstok te gebeuren. Schietschijf Bart De Wever heeft gelijk dat de faciliteiten in de Vlaams Rand voor een (gedeeltelijke) culturele genocide hebben gezorgd. Hij had ook Brussel en Wallonië kunnen vermelden. De overweldigende sociaal-economische machtspositie van de Franstaligen (verfranste Walen én Vlamingen) in deze staat was jarenlang een motor voor de dubbele culturele genocide.

Het verzet tegen de Vlaamse culturele genocide is maar één van de bronnen van zelfstandigheidsgedachte. Een andere, en nu belangrijkere, bron is het sobere besef dat België niet functioneert, dat België belet dat de Belgische volkeren hun politieke keuzes kunnen maken. Noem dat Vlaamse zakelijkheid of goed bestuur. Uiteindelijk zullen de Vlamingen hiervoor voor hun onafhankelijkheid kiezen.

Om de mysterieuze meerwaarde van België te promoten wil de Schaepdrijver een tweetalige ruimte creëren. Zij gaat daarom op zoek naar 1000 Walen die oprecht fans zijn van Vlaamse cultuurproducten. Die tweetalige ruimte hebben de Walen decennia geleden afgeschoten. Het (onvoldragen) federalisme, meestal voorgesteld als een Vlaamse verzuchting en overwinning, kwam er op vraag van de Walen die vreesden voor de Vlaamse democratische machtsontwikkeling binnen de unitaire staat. Zij wilden in ieder geval geen Nederlands, dat boerentaaltje, in het zuiden. Een slecht idee, die tweetalige ruimte. Om de Schaepdrijver zelf (over iets anders) te citeren “Het klinkt prachtig. En het is volstrekte onzin (DS 21.11.2001). Het werkt nergens. Wij hebben tweetalige ruimtes in België, niet toevallig allemaal van Vlaamse oorsprong. Brussel is wettelijk tweetalig maar het Franstalige regime daar (met schuldig gedogen door de rest van Vlaanderen) heeft de Vlamingen tot politieke meelopers herleid. De faciliteitengemeenten zijn ook zo’n de facto tweetalige ruimtes. Is de Belgische meerwaarde ook daar niet overduidelijk?

Neen, het is niet louter taalprobleem. Een Waalse premier die Nederlands heeft geleerd vind ik geen “prestatie voor onze cultuur”. Het zou er nog moeten aan ontbreken! Het is een etnisch probleem. De twee Belgische volkeren hebben elk hun eigen leefwereld én toekomst. Hoe sneller men dat politiek vertaalt, hoe beter voor al de betrokkenen.

De Clercq herneemt het refreintje van het trommelgeroffel dat de communautaire onderhandelingen gaat bemoeilijken. De verantwoordelijkheid van de Vlaamse politici is in de eerste plaats die voor hun kiezers, de Vlamingen dus. De Franstalige politici hebben die aansporing nooit nodig. Bedoeling is inderdaad dat iedereen in dit land het beter heeft. Maar “iedereen” is niet inherent verbonden met “dit land”. Onze politieke leiders moeten eindelijk hun verantwoordelijkheid nemen en de Vlaamse “iedereen” voorrang geven op “dit land”. Zelfs de Vlaamse politici die (nog) niet voor de onafhankelijkheid zijn, moeten die minstens gebruiken als hefboom om de Franstalige afdreigingen de kop in te drukken. Bekwame onderhandelaars gebruiken hun machtspositie en halen die niet zelf onderuit. Als Vlaams-nationalist ben ik ervan overtuigd dat het Waalse volk het uiteindelijk pas beter zal stellen als het niet langer wordt verdoofd door de verslavende transfers uit het noorden. Enkel emoties en bepaalde groepsbelangen ageren voor het voortbestaan van de niet-natie België. Laten we volwassen worden en net zoals de Schotten vredelievend naar onze onafhankelijkheid gaan.

Reacties

Reageer op dit artikel
Wat is wat?
Wim Thienpont op 22-10-07 :
Interessante gedachtengang maar toch zijn er enkele zaken onduidelijk. vb. Wat is een volk? Is er een definitie die het mogelijk maakt het 'Vlaamse' en het 'Waalse' volk te omschrijven? Behoren de Zeeuwen, de Limburgers en de Zeeuws-V [...]
Ach, Sophie
Willem Amery op 25-10-07 :
Vanuit het verre buitenland orakelt Sophie de Schaepdrijver dat België enkel een taalprobleem heeft; zit zij nog altijd in haar maag met haar verwantschap met één van de 'sublieme deserteurs' uit WO I? Als historica zou ze ook [...]
De taal is gans het volk.
Siegfried Mercelot op 28-10-07 :
Het is geen sluitende omschrijving voor "volk" echter het is mijns inziens de meest acceptabele voor de hedendaagse kontekst. Alhoewel, zo modern is deze omschrijving ook weer niet, dnken we maar aan Gezelle en co. Echter, ergens tussen de twee w [...]


Terug naar de artikelenlijst.