Gedachten bij Opel-Antwerpen

Mens ten dienste van de economie

Dirk Melkebeek 03-05-2007

Minder banen bij Opel

Bij Opel Antwerpen verdwijnen dus 1400 banen en voorspelt de directie een VWVorst scenario. Dat bericht kwam als een donderslag bij heldere hemel. Want over Opel Antwerpen was men altijd optimistisch geweest, het was een modelfabriek in een modelstaat als het ware. Een voorbeeld voor de hele wereld.

Maar als puntje bij paaltje komt, kiest de directie voor de ‘thuismarkten’, modelfabriek of niet. Als we de minister van Economie mogen geloven, koos de directie toch voor onder meer een Duitse fabriek, zelfs al ligt de loonkost hier 4 procent lager.

De regering begrijpt het niet, zeker niet omdat Fientje Moerman ook nog even had laten nakijken dat General Motors de afgelopen jaren 25 miljoen euro – dat is één miljard oude Belgische frank - aan tegemoetkomingen had gekregen. Het waren dan ook bepaald beteuterde gezichten die op de journaals verschenen.

Het is dan ook geen goed nieuws, zo vlak voor de verkiezingen. Nochtans is dat niet de essentie van de zaak. Die beteuterde gezichten en de 25 miljoen euro overheidssteun zijn vooral een perfecte illustratie van een gegeven dat al veel langer waarneembaar is, maar nooit als dusdanig wordt uitgesproken: de politiek staat in dienst van de economie en stelt haar handelingen dus ten dienste van de economische belangen van grote bedrijven. Onze welvaart handhaven, heet dat. Maar omdat belangen van multinationals er niet kunnen van verdacht worden gelijk te lopen met het algemeen belang, is dat een op zijn minst zorgwekkende evolutie.

Het is er òòk een die de politiek doet verzanden in tegenstrijdigheden. De tegenstrijdigheden die de burger zo langzamerhand niet meer lust. Zo wordt het Bruto Nationaal Product al jaren gehanteerd als de graadmeter van het geluk en de voorspoed van de burgers, wat automatisch tot het besluit leidt dat het goed gaat als de economie maar groeit. De waarheid is echter dat het Bruto Nationaal Product niets meer is dan de graadmeter voor het geluk van de aandeelhouder. Maar of dat de goede graadmeter is, valt te betwijfelen.

Volgens David Korten, auteur van Het bedrijfsleven aan de macht, vallen overal waar de economie groeit, dezelfde symptomen waar te nemen die er het leven van de modale burger niet eenvoudiger op maken: een neerwaartse druk op de lonen, een losgeslagen migratie, een fors stijgende criminaliteit, verlies aan sociaal kapitaal, een groeiende inkomensongelijkheid en een toenemende druk op het milieu. Het zijn precies de zaken die Vlaanderen de laatste dertig jaar heeft gekend.

Rekent u de uitslag van de recente Durex-enquête, waarin gesteld wordt dat 40% van de Europeanen niet tevreden is over zijn seksleven omdat het lijdt onder stress en vermoeidheid, ook maar rustig bij de negatieve bijverschijnselen.

Dat de politiek ten dienste staat van de economie impliceert immers ook dat de mens ten dienste staat van de economie, en niet andersom. We zijn nog niet zover, maar als het zo doorgaat komt er een dag dat van de mens nog maar twee dingen verwacht worden: produceren en consumeren.

Kan de politiek hier iets aan doen? Niet zolang zij haar uitgangspunten niet wijzigt. Gewoon het simpele feit dat het gros van de belastinginkomsten bestaat uit belasting op arbeid en belasting op winst van vennootschappen (al kunnen echt grote multinationals rekenen op forse tegemoetkomingen, en betaalt het grootkapitaal in vergelijking met de hardwerkende Vlaming procentueel maar een schijntje), is zij afhankelijk van het aantal arbeidsplaatsen.

De politiek die nu wordt gevoerd is dan ook volledig gericht op jobs, jobs, jobs. De vraag is natuurlijk ook hoe dat moet. Want wie zich er even in verdiept, kan namelijk aan de weet komen dat multinationals in verhouding tot hun winst en omzet slechts een geringe tewerkstelling genereren. Waarom dan alle aandacht gaat naar het volatiele gegeven multinational is mij een raadsel. Het verschuiven van lasten op arbeid naar lasten op verbruik zou een goed begin zijn. Het belasten van speculatieve korte-termijnbeleggingen ook. En het steunen van de kleinere lokaal gebonden bedrijven die een duurzame regiogebonden tewerkstelling leveren, in plaats van een beleid gericht op multinationals,al helemaal.

Maar ik vrees dat we daarover in de komende verkiezingsstrijd niets gaan horen.


Terug naar de artikelenlijst.