Het debat over Geert Wilders

Koenraad Elst 28-03-2007

De Nederlandse grootkapitalist Roel Pieper is een man die zijn verantwoordelijkheid neemt. Anders dan zijn Vlaamse collega’s (misschien minus Freddy Van Gaever) draagt hij bij tot het herstel van een echte opiniewaaier in de media. Hij heeft een nieuw weekblad op de markt gegooid met de veelbelovende naam Opinio. Zacht prijsje, geen foto’s, geen reclame, alleen vranke meningsuitingen in doorgaans bondig formaat. We zullen zien hoe lang het duurt, maar tot dusver mag de nieuweling er zeker zijn.

In het eerste editoriaal werden bijdragen van zowel links als rechts verwelkomd, maar geen enkele linkse liet zich daaraan vangen: het openingsnummer werd immers volgeschreven door het puikje van de conservatieve intelligentsia. Elke linkse weet trouwens dat “zowel links als rechts” een rechtse invalshoek verraadt, want de links/rechts-tegenstelling is juist een linkse uitvinding. Echte linksen voeren een strijd op leven en dood tegen rechts en vermijden om met hen een forum te delen. (“Rechts” betekent in dit bestek gewoon alles en iedereen wat de Linkse Kerk als rechts beschouwt. Laat aan links gerust het voorrecht om de termen van het debat te definiëren.)

In het maartnummer van het VVB-blad Doorbraak geeft Rudi De Ceuster de Vlaamse bourgeoisie een vrijbrief voor verdere passiviteit met zijn pleidooi, contra Van Gaevers wilde plannen, dat er helemaal geen behoefte bestaat aan een rechts blad in Vlaanderen. Opinio laat zien waarom zulk blad juist wél een schreeuwend gat in de markt zou vullen. Het zou namelijk een nu totaal ontbrekend forum scheppen voor debat tussen verschillende rechtse stromingen.

Bijvoorbeeld, de jongste weken hebben Sylvain Ephimenco, Joshua Livestro en anderen de degens gekruist over de politieke lijn van Geert Wilders. Deze heeft van Frits Bolkestein en Pim Fortuyn zaliger het woordvoerderschap van de islamkritiek en multiculkritiek overgenomen. Jammer genoeg is hij daarin de jongste jaren te extreem geworden, aldus Ephimenco, overigens zelf immigrant uit Frankrijk.

Laat ik daar zelf even tussengooien dat Wilders’ alarmisme over de opmars van de islam inderdaad erg schril is, en dat hij louter reactief aan symptoombestrijding doet en weinig besef toont van de opiniewaaier die in de moslimgemeenschap bestaat. Samen met Livestro vind ik dat “oppervlakkig en weinig vruchtbaar”. Wilders lijkt me nu te staan waar het VB ten tijde van het 70-puntenplan stond, namelijk pleitend voor “remigratie” of terugkeerbeleid. Het VB is daar een eind van teruggekomen ten gunste van wat men in Frankrijk het “republikeinse” standpunt zou noemen: de assimilatie, “Vlaming zijn met de Vlamingen”, met terugkeer alleen voor criminele en fundamentalistische elementen. Dit ten gevolge van de realistische vaststelling dat vele geboren moslims, zelfs ondanks een dwaas overheidsbeleid terzake, in feite wel geïntegreerd geraakt zijn, en dat verplichte terugkeer in hun geval onredelijk geworden is.

Ik volg Ephimenco dus in zijn afstandname t.o.v. Wilders. Toch lijkt zijn open brief aan de Limburgse Mozart mij dan weer onnodig schril: “Ik ben al een tijdje van mening dat u, in uw eentje, het hele debat rond de islam en de weerslag van deze religie op de samenleving om zeep heeft geholpen. Door op woorden en gedachten van anderen te parasiteren en daar karikaturen van te maken, door met uw klaroenstoten andermans trommelvliezen te bewerken, door grove provocaties met zinnige argumenten te verwarren, heeft u de discussie in gijzeling genomen en het debat vervuild.”

De felheid van deze aanval op wat au fond een medestander was, vraagt om een verklaring. Livestro oppert in een wederwoord dat “Wilders (‘tsunami van islamisering’; ‘ik lust die hoofddoekjes rauw’)” nauwelijks extremer is in zijn islamkritiek dan “Pim Fortuyn (‘de islam is een achterlijke cultuur’) of Ayaan Hirsi Ali (de profeet Mohammed was ‘een perverseling’ en een ‘tiran’)”. Als Ephimenco wel Fortuyn en Hirsi Ali steunde maar nu zo’n moeite doet om zich van Wilders te distantiëren, is het wellicht omdat de eerste twee in hun profiel een schild meedroegen tegen de totale demonisering: Fortuyn was tenminste homo, Hirsi Ali zwart en vrouw. Wilders daarentegen is een blanke heteroman, dus niets kan zijn standpunten vergoelijken.

Daarom, zegt Livestro tot Ephimenco: “Liever nu het geweertje gebroken dan binnenkort met korporaal Wilders onder het oprukkende cordon sanitaire vermorzeld te worden. Als dat uw overweging was, is uw besluit de banden met Wilders door te snijden dus vooral een poging tot zelfbehoud, politieke lafheid gemaskeerd als morele rechtschapenheid.” Ten slotte had Ephimenco dit in zijn open brief praktisch zelf aangegeven: “Het zal dan ook niemand verbazen dat intellectuelen en publicisten die zich tot voor kort in die discussie [over de islam] mengden, de door u in beslag genomen ruimte aan het verlaten zijn – waarschijnlijk uit vrees om met u te worden geassocieerd.”

Het wereldje van de intellectuelen is er één van viswijven. Enorm veel hangt af van reputatie, een duur woord voor wat in Ephimenco’s moedertaal “le qu’en-dira-t-on” heet: wat zullen de mensen wel zeggen? Eens je een venijnig etiket opgekleefd gekregen hebt, “extreem-rechts” bijvoorbeeld, ondervind je snel hoe die zogezegd kritische en onafhankelijk denkende intellectuelen een sluipende partijlijn volgen, hoe zij gaan handelen alsof de geruchten over jou wel waarheid moeten bevatten. Deuren gaan dicht, desinvitaties voor afgesproken lezingen e.d. volgen spoedig. Je hoeft niet eens zelf iets miszegd te hebben, “schuld door associatie” met pestlijders als Geert Wilders kan volstaan.


Terug naar de artikelenlijst.