Ali en Gül

Dirk Melkebeek 10-03-2007

Geen kans voor de ALi

Het zal in 1973 geweest zijn. De oliecrisis barstte in volle hevigheid los, Nixon raakte ernstig verveeld met een schandaal dat de naam Watergate droeg, de regering Leburton trad aan en de film The Exorcist verscheen in de bioscopen.

Niet dat ik daar toen mocht gaan naar kijken, want ik was pas tien en zat in het vierde leerjaar. Daar kwamen op een dag twee vreemd uitziende jongens binnen, de één was ook tien en heette Ali en de ander was twaalf en heette – als ik me niet vergis - Gül. De zonen van een gastarbeider, legde de meester uit, wiens familie hier kwam werken, die hier naar school zouden komen en die we zoveel mogelijk moesten helpen. Dat deden we naar godsvrucht en vermogen maar makkelijk was dat niet want ze spraken uiteraard geen woord Nederlands en zaten de hele tijd wat onwennig rond te kijken.

Net zoals wij een beetje onwennig naar hen zaten te kijken. Maar naderhand gingen ze tot het decor behoren, zoals wij allemaal. De meester deed zijn uiterste best om hen wat elementair Nederlands bij te brengen, al kende hij zelf evenmin Turks als Ali en Gül Nederlands en kon je ‘m aanzien dat hij het er niet makkelijk mee had. Maar de arbeid wierp vruchten af. Ik weet niet wat er van Ali en Gül geworden is, maar ik hoop dat de bemoeienissen van de meester de weg naar een geslaagd leven hebben opengelegd.

Meer dan dertig jaar later moest ik aan hen terugdenken, toen ik in de krant las dat in Antwerpen twee op drie kinderen van de schoolgaande jeugd thuis geen Nederlands spreken. Een cijfer dat zo ontstellend is dat het vreemd is dat er niet onmiddellijk (re)actie op volgt vanuit het beleid.

Temeer daar er kort voordien een ander belangrijk signaal viel waar te nemen. Met name de aankondiging van de beheerraad van het eens zo prestigieuze Heilig Hart College in Ganshoren om de deur te sluiten. Eens telde dat college goed 1000 leerlingen en was het befaamd om het onderwijs dat er werd gegeven. Nu zitten er nog 200 leerlingen en is het een concentratieschool geworden, waar leerlingen van 15 geen behoorlijke zin in het Nederlands kunnen schrijven en vaak niet weten hoeveel vier maal vijf is.

Toestanden kortom zoals die treffend worden geschetst in Theodore Dalrymple‘s Leven aan de onderkant, maar die ik, tot nu, in Vlaanderen niet voor mogelijk had gehouden. Her en der klinkt wat geroep om ‘meer middelen’, maar alle Antwerpse verhoudingen in acht genomen geloof ik dat het met alle mogelijke middelen ter wereld niet mogelijk is om kinderen waarvan minstens één ouder ongeletterd en Nederlandsonkundig is, en die voorts via de schotelantenne naar tv in eigen taal kijken en geen enkele betrokkenheid vertonen, een behoorlijke opleiding te geven in het Nederlands.

Het zijn bijna Daensiaanse toestanden, en daar hebben we ook niet in één, twee, drie komaf kunnen mee maken. De gezinshereniging, waarmee bij elke generatie een stap teruggezet wordt en men weer van nul kan beginnen, is zondermeer de belangrijkste oorzaak van deze schrijnende toestand. Het is jammer te moeten constateren dat de kinderen van de immigrant die men met veel moeite een opleiding heeft gegeven – al dan niet met, maar steeds minder met succes - vervolgens een partner in het land van herkomst halen en hùn kinderen op hun beurt voor dezelfde achterstand plaatsen. En het onderwijs voor een bijna niet vol te houden Sisyfusarbeid.

Overigens is de belangstelling voor een goede opleiding van de kant van de immigranten in deze situatie zo goed als onbestaande, precies doordat ouders geen Nederlands kunnen, laat staan dat ze voldoende zouden kunnen lezen om het rapport van de kinderen te ontcijferen. Daar bestaat een mooi eufemisme voor: ‘lage schoolbetrokkenheid van de ouders’.

Het Heilig Hart College van Ganshoren zal niet het laatste zijn dat, alle goede bedoelingen ten spijt, onder de druk van al deze factoren kapseist.

De gezinshereniging, die grotendeels op weinig anders neerkomt dan georganiseerde uithuwelijking omdat men meisjes die in het Westen zijn opgevoed – zelfs al zijn ze allochtoon – wantrouwt, heeft een bom gelegd onder het onderwijs. En daarmee onder de toekomstkansen van een groot deel van de Ali’s en Güls van 2007. En daarmee onder de maatschappij, die een vat vol tegenstellingen wordt in plaats van een maatschappij van gelijke kansen, laat staan een warme samenleving.

De sluiting van het eens prestigieuze college van Ganshoren is het voorspel van een sociologisch drama waarvoor de volle verantwoordelijkheid ligt bij alle politici die decennialang hebben gezegd dat ze het altijd geweten hebben en dat ze er wat gingen aan doen.

De trieste waarheid is dat ze er nooit iets aan hebben gedaan - Belgische identiteitskaarten uitdelen lost het probleem voor die mensen niet op. Iedereen die ook maar een beetje bemiddeld is, zal er weinig last van hebben, maar zoals steeds in dit soort dingen zijn het de zwaksten in de samenleving die de ergste gevolgen dragen. De vraag die ik me steeds vaker stel, is of dat onze politici eigenlijk wat kan schelen.

Reacties

Reageer op dit artikel
Leer eerst Nederlands
Jan van Horebeek op 21-03-07 :
Met een ervaring van 35-jaar in het lager onderwijs treed ik uw standpunt volledig bij. Het drama is dat de kinderen van Vlamingen die in dergelijke instellingen school lopen ten gevolge van het grote aantal Nederlandsonkundigen eveneens een onoverbrugbar [...]
alles staat in de koran
stradi song op 25-03-07 :
normen en waarden De Westerse beschaving heeft ons in de loop van het afgelopen millennium meer kunst en cultuur, wetenschap en kennis, welvaart en welzijn gebracht dan eender welk ander beschavingsmodel in de geschiedenis van deze planeet. Daarb [...]
@Stradi Stong hierboven
Andy Guy Joseph Stockmans op 11-04-07 :
Komaan kerel, als ik uw redenering doortrek dan waren 'zij' 1000 jaar geleden zowel mentaal als cultureel nog de 'beschaafden' en 'wij' de 'achterlijken'! Dus t zal wel niks inherent of voorbestemd zijn, mss is het b [...]


Terug naar de artikelenlijst.